
Polder poëzie
6 juni 2023 om 10:00 AlgemeenIn alle vroegte ontvouwt zich een prachtig polderdecor. Traag hangen ochtendnevels boven langgerekte sloten. Met haar warmte wekt de vroege zon de waterspiegel. In die spiegel maakt de natuur zich op voor de dag.
advertentie
Vanaf een podium van natte natuur klinkt muziek uit vele vogelkelen. Ongepolijst schalt de bazuin van een roerdomp. Rietzangers klimmen langs toonladders tot boven het riet. Onvermoeibaar snort de snor, sonore. Met het verstrijken van de tijd neemt het gezang af. Veel vogels worden nu vooral in beslag genomen door kraamzorg. Even geen tijd meer voor liefdesliedjes.
Kleurklanken bewegen mee met de dageraad. In de verte tilt de rijzende zon het groen uit de mist naar oneindig veel tinten. Vlakbij ontwaken kale jonker, koekoeksbloem en valeriaan van paars naar rustgevend roze. Wollig wit drijft het veenpluis samen met paars-rood moeraskartelblad in een droomopstelling als onderdeel van trilveen op het water. Gele lis waakt in de oever. In grote getale staat ratelaar in het gras, bloeit van beneden naar boven. Gele lipbloempjes met blauwe tanden. Een stevige hommel likt gulzig nectar op. Dikke, lichtgele klompen stuifmeel kleven aan z’n pootjes.
Brede zwanensporen lopen door het gras van waterplas naar waterplas. Daar zwemmen twee piepjonge fuutjes mee met moeder. Een meerkoet zwemt alleen. Was het haar leeg geroofde eierschaal zo-even op het pad? Tussen blad en bloemen van de gele plomp broeden zwarte sterns op vlotjes. In kreetjes kantelen en keren de vlugge vogels in hun jacht boven visrijk water. Rusten soms even uit op een paaltje, niet ver van hun nest.
Waar ik verstil passeren twee hazen, waakzaam. De zon streelt de contouren van hun vacht, de snorharen, de lange, gevoelige oren. Verderop houdt het stel stil. De neuzen in de zon beleven zij het krieken van de dag. Vol in de vacht schommelen schapen genoegzaam samen, knabbelen wat tussen het hoge gras. Eentje steekt nieuwsgierig een brede plank over naar het zod. Ze las misschien de aanmoediging op het bord ernaast: “Probeer maar eens op het trilveen te staan! Wel voorzichtig, want je kunt er ook zo doorheen zakken.” Ze proeft, voelt het water soppen tussen haar tenen, besluit tóch zich weer aan te sluiten bij de kudde.
Mijn voeten volgen het pad. Ik loop met m’n hoofd in dikke wolken van muggen. Zwaluwen scheren in scherpe bochten er hun snavels van vol. Een zacht briesje ritselt door de pluimen van het lange gras.
Een ochtend voor poëzie, polder poëzie.
(Karien Scholten)
In haiku:
In de ratelaar
Wekt de vroege ochtendzon
Polder poëzie








