Afbeelding
Foto: Emmanuel de Margerie

Natuurwonder

25 juli 2023 om 11:00 Algemeen

De natuur zit vol wonderen. Neem nou de gierzwaluw. Met ogenschijnlijk supersonische snelheid scheert hij door de lucht. De schrille kreten tijdens zijn vlucht zijn onmiskenbaar. Ineens is de trekvogel weer in ons land, je kunt er bijna de klok op gelijk zetten: dat moment is altijd rond koningsdag. Na slechts honderd dagen (echt waar!) vliegt hij weer terug richting Centraal en Zuidelijk Afrika. En denk maar niet dat het beestje een relaxt verblijf heeft in ons kikkerlandje: de vederlichte vogel heeft een bomvolle agenda. Hij moet op zoek naar een partner, broeden en zijn kroost vliegvlug maken, ga er maar aan staan! En verhip, zo snel als hij kwam, is hij ook weer gevlogen. Boeiend toch, dat getal van 100 dagen?

advertentie

Mijn fascinatie voor deze vogelsoort komt overigens niet uit de lucht vallen. Ieder jaar weer weten zo’n zeven tot tien gierzwaluwen mijn woonomgeving weer te vinden. Dan is het weer de hoogste tijd voor veel vlieguren rond mijn huis. De vogels bereiken topsnelheden die ik tegenwoordig met mijn auto nooit meer rijd, namelijk tot zo’n 120 km/u. Daarnaast zijn ze ook zeer behendig. Door de sikkelvormige vleugels kunnen ze zweven, scheren, zeilen, duiken en wentelen.

De luchtacrobaat kent nauwelijks rust, hij doet nagenoeg alles vliegend. In de eerste plaats natuurlijk zijn eveneens vliegende voedsel (insecten) vangen, soms tot op grote hoogte. Maar ook slapen, paren en nestmateriaal zoeken gebeurt tijdens de vlucht. Daarom zijn de pootjes van de vogel nauwelijks ontwikkeld, lopen kan hij er niet mee. Gelukkig heeft de gierzwaluw wel lange nagels, hiermee vindt hij goed houvast aan muren en richels. Een nestje bouwen doet de van oorsprong rotsbewoner het liefst in openingen in oude gebouwen, bijvoorbeeld onder dakpannen en in de nok van daken. De gierzwaluw legt doorgaans twee of drie eitjes per jaar. In de periode mei – juni worden ze uitgebroed. De levenskansen van de kuikens hangt af van het aanbod van insecten. Tijdens het broedseizoen zijn er tot wel 20.000 beestjes per dag (!) nodig, die de ouders in hun keelzak vervoeren.

Het is inmiddels juli en de jonge gierzwaluwen zijn uitgevlogen. Ze trainen nu volop om binnenkort de lange vlucht naar het zuiden te maken. Gelukkig mag ik nog héél even genieten van de gegroeide families die gezamenlijk gierend door de lucht scheren. Er is helaas geen ontkomen aan, met enig gevoel van weemoed zal ik binnenkort weer afscheid moeten nemen van deze wonderen der natuur.

Jacqueline van Dam,

Boswachter Utrechts Landschap