
Wel of geen overdekte buitenuitloop voor vleeskuikens
22 november 2023 om 12:00 Algemeendoor Henk van de Bunt
advertentie
In de Raadscommissie Openbare Ruimte van 16 november werd uitgebreid gesproken over het voorstel van het College om geen verklaring van geen bedenkingen te verlenen m.b.t. de op 22 april 2022 ontvangen aanvraag om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan voor de bouw van een overdekte buitenuitloop voor vleeskuikens aan de bestaande stallen van de familie Van Maanen in Groenekan.
Het college stelt voor de verklaring van geen bedenkingen te weigeren omdat er volgens het college provinciale regels in de weg staan en omdat het plan stedenbouwkundig niet zou passen; door het aanbouwen van de rennen zou het zicht op het achterliggende gebied zodanig verminderen, dat dit niet als passend wordt gezien. Bovendien bestaan er volgens het college alternatieven.
Inspraak
Er was een drietal insprekers: Ondersteuner Jan Bouwman van Agaat Avies: ’Nu ligt er het raadsvoorstel om geen Vvgb af te geven. Al enkele jaren horen we regelmatig opmerkingen als ‘de landbouw moet in transitie’ en ook ‘het vertrouwen in de overheid daalt’. Nu ligt er de kans om aan beide wat te doen’. Bouwman voerde een aantal argumenten daarbij aan: ‘Er is op het bedrijf in de beoogde situatie een verdubbeling van de leefruimte voor elk dier. En ja, dat kost de consument heel wat, dat kost de ondernemer tonnen en mag die ruimte ook in het gebied iets kosten? De stikstofemissie door het bedrijf zal met 75% afnemen. Er wordt 25% minder dieren op het bedrijf gehouden waarmee de emissie van fijnstof en geur met 25% zal afnemen. Er is inmiddels 2,5 jaar van overleg met de gemeente De Bilt waarmee het niet aan familie Van Maanen te verkopen is om nu de stekker uit het plan te trekken. Het heeft de familie Van Maanen inmiddels dertigduizend euro gekost aan gevraagde onderzoeken en rapporten’.
Overleg
Collega agrariër Elbert Hennipman vertelde hoe er vanuit de agrarische sector meegekeken en meegeleefd wordt: ‘Ik neem u mee naar 2019, naar het beruchte stikstofkaartje van minister van de Wal, met als gevolg in alle kernen van het buitengebied de Nederlandse driekleur op zijn kop in de lantarenpalen. Die zomer zocht wethouder Hagedoorn contact met de agrarische sector. Een bijeenkomst in Westbroek werd goed bezocht en er was een scherpe, maar pure discussie. Ook de burgemeester heeft de dialoog en het overleg middels bedrijfsbezoeken gezocht. Het vertrouwen, dat de burgemeester en wethouder Hagedoorn daarmee wisten te winnen was mede de reden dat de omgekeerde vlaggen verwijderd zijn. Uit dat overlegmoment is de agrarisch overleggroep met gemeente De Bilt ontstaan, waarvan ik de kopman mag zijn. Wij zijn een overleggroep geen tractorprotestgroep’.
Hennipman noemde het bedrijf en de agrarisch ondernemersfamilie Van Maanen een schitterend voorbeeld van de invulling van de perspectiefrichting vanuit het coalitieakkoord: ‘Zij voelen deze gedachtelijn aan en durven het aan om hun bedrijf om te gaan vormen van gangbare kippen naar Dierenbescherming Beter Leven 1ster kippen. Een ingrijpende keuze voor hun bedrijfsvoering, maar wel één waarbij zij perspectief voelen voor de toekomst. Perspectief met vermindering van de veestapel. Een koploper, een voorbeeldbedrijf volgens de wensen en ideeën zoals in het coalitieakkoord verwoord’.
Toezegging
Aanvrager Wijnand van Maanen was zelf ook inspreker: ‘Er was in coronatijd geen sprake van een keukentafelgesprek; het werd een ‘team-gesprek’ met toenmalig wethouder Mevr. Madeleine Bakker; we hebben onze plannen uiteengezet, de noodzaak voor het bedrijf en voor de toekomst van onze jongste zoon Sjan. Mevr. Bakker heeft (ons) toegezegd dat de gemeente hieraan gaat meewerken want het ligt in de lijn van onze gemeente - duurzaam en dierwelzijn, minder dieren, minder uitstoot binnenlandse markt -; dat is iets waar wij voor in zijn. Maar alle trajecten moeten wel worden doorlopen; daar zou een traject van 2 jaren aan voorbij gaan. Dat het lastig is wisten wij 2 jaar geleden ook al. Daarom ook gesprekken gevoerd en ook vertrouwen gewekt, trajecten doorlopen, onkosten gemaakt en nu dit besluit? Dat mag toch niet waar zijn, want dan had de gemeente in het begin als besluit moeten nemen wij gaan dit niet verlenen, dit is volgens mij onbehoorlijk bestuur van de gemeente’. Van Maanen sloot af met de dringende vraag aan het college: ‘Wilt u met ons aan de keukentafel komen om zo mogelijk tot een oplossing te komen’?
Fracties
De commissieleden stelden gedurende de avond - van plm. 20.15 tot 23.45u - veel vragen aan het college en aan elkaar; bijv. naar de contacten met de provincie en over de stedenbouwkundige adviezen die gegeven zijn. Ook werd door verschillende fracties aangedrongen op overleg met de initiatiefnemer (Van Maanen), zodat gekeken kan worden wat er wel kan. Ook werd gesproken over het gevolgde proces en hoe het kan dat het zo lang heeft geduurd voordat deze aanvraag is behandeld. Door verschillende sprekers werd er op gewezen, dat de initiatiefnemer meerdere en veel kosten heeft moeten maken voor onderzoeken en nu te horen krijgt dat er geen vergunning komt.
College
Als collegewoordvoerder deed wethouder Anne Marie ’t Hart twee toezeggingen aan de raadscommissie; zij is zeker bereid nog met de initiatiefnemer in gesprek te gaan om te bezien hoe het plan zodanig aangepast kan worden dat het wel kan worden vergund. Daarbij wordt ook gekeken naar alternatieven. Bovendien zegde de wethouder toe nogmaals met de provincie in gesprek te gaan over dit plan. Ook gaat het college een tijdlijn maken met alle contacten tussen de initiatiefnemer, provincie en de gemeente.
Gemeenteraad
De raadscommissie kon niet tot een eenduidig advies komen voor verdere behandeling in de gemeenteraad, omdat vier fracties het stuk niet behandelrijp vonden. Die fracties drongen er op aan om eerst in overleg te gaan met de initiatiefnemer. Vier fracties vonden het stuk wel behandelrijp en wilden het graag bespreken in de aanstaande gemeenteraadsvergadering. Griffier Thecla van der Torre lichtte over de ontstane situatie toe, dat nu eerst aan het begin van een komende gemeenteraadsvergadering de gemeenteraadsleden dienen te stemmen over het wel - c.q. niet behandelrijp zijn van het stuk; dit betekent dat er dan in een volgende gemeenteraadsvergadering (waarschijnlijk) verder over zal worden gesproken en eventueel zal worden gestemd.












