
Onderzoek naar rechtsherstel van joods vastgoed
22 september 2026 om 14:00 Overigdoor Henk van de Bunt
advertentie
Eind 2024 stelde de gemeenteraad € 30.000 beschikbaar voor een extern onderzoek naar de roof en teruggave (rechtsherstel) van joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het gaat daarbij om de vier voormalige gemeenten De Bilt, Maartensdijk, Achttienhoven en Westbroek.
Ook wordt de uitvoering van anti-joodse maatregelen door de voormalige gemeenten onderzocht. Dat onderzoek zal naar verwachting in 2026 van start gaan. Intussen is historicus Anne Doedens namens het Online Museum De Bilt zelf al in de archieven gedoken. Op eigen initiatief onderzocht men documenten uit de oorlogsjaren en daarbij stuitte men op (nieuw) materiaal over door de Duitsers geroofde Joodse bezittingen. Die bevindingen werden onder meer met de Stichting Struikelstenen en de Historische Kring d’Oude School in De Bilt en de Historische Vereniging St. Maerten in Maartensdijk gedeeld.
Nauwkeurig geïnventariseerd
Doedens vertelt onder meer over de voormalige gemeenten Achttienhoven en Westbroek. ‘Op 27 augustus 1942 verschenen medewerkers van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR) in Achttienhoven en Westbroek om de achtergelaten bezittingen van Joodse bewoners nauwkeurig te inventariseren.’
Ook in augustus 1942 waren de Duitsers al begonnen met dergelijke acties in Tuindorp, het voormalige Maartensdijk. In dertien door Joden bewoonde woningen werd de waarde van de inboedel vastgesteld. Alles werd nauwkeurig beschreven en getaxeerd. De totale waarde van de inboedels kwam uit op 4.377 gulden.
De woningen stonden vooral in Tuindorp, maar ook in Groenekan, Hollandsche Rading en in het gebied dat tegenwoordig bij de gemeente De Bilt hoort.
Kamer voor kamer
Een van de meest uitgebreide inventarisaties vond plaats in de woning van Simon Grünebaum en zijn vrouw aan de Kerkdijk 46 in Achttienhoven. Het huis beschikte over een hal, vijf kamers, een keuken, badkamer, kelder, zolder, bijgebouwen en een tuin.
De Duitse ambtenaren namen de woning kamer voor kamer onder de loep. Meubels, bedden, kasten, tafels, stoelen, spiegels en schilderijen werden beschreven, evenals de keukeninventaris, het serviesgoed, boeken en beddengoed. Ook het tuinhuis en de zolder werden geïnspecteerd.
Toch werd de totale waarde van de inboedel geschat op slechts 117 gulden. Uit de documenten blijkt bovendien dat Grünebaum niet de eigenaar van het pand was. Het perceel was eigendom van de gemeente Achttienhoven. Ook twee andere bewoners van Kerkdijk 46 worden in de stukken genoemd.
Ida Grünebaum, weduwe van K. Rothschild, bezat volgens het stamboekformulier dat op haar naam was opgesteld alleen kleding en linnengoed. Ook de bezittingen van de bij Grünebaum inwonende Kressel Sack werden als waardeloos beschouwd. Het ging uitsluitend om ‘Kleider und Leibwäsche’: kleding en linnengoed.
Nauwelijks iets te roven
Een vergelijkbaar beeld komt naar voren bij Siegfried Wolff. Ook van hem werd vastgelegd dat hij alleen zijn persoonlijke kleding en lijfgoed bezat.
Wolff woonde in bij Kerkdijk 29a, een woning die eigendom was van iemand met de naam Van der Linden. In het stamboekformulier staat kort en zakelijk: ‘Hat nur Leibgut’ – hij bezat uitsluitend zijn persoonlijke eigendommen: zijn kleding, ondergoed, schoenen, sokken, linnengoed en enkele persoonlijke gebruiksvoorwerpen. Voor de Duitse bezetter viel er bij Wolff dan ook nauwelijks iets te roven.
Inboedel vijf gulden waard
Diezelfde dag werd ook de woning van Julius Blesemann aan de Kerkdijk 58 in Westbroek geïnventariseerd. De lijst bevat onder meer linoleum, banken, tafels, stoelen, ladenkasten, een hanglamp, gordijnen, een kolenkachel en serviesgoed. Ook hier werd alles nauwkeurig vastgelegd. De Duitse taxateurs kwamen uiteindelijk uit op een totale waarde van slechts vijf gulden. Een kleine historische bijzonderheid is dat Kerkdijk 58 inderdaad in Westbroek lag. De Kerkdijk-adressen die in Achttienhoven worden genoemd, hebben betrekking op de huidige Dr. Welfferweg. Die weg heette in 1942 nog Kerkdijk.
Extern onderzoek gestart
De door de gemeente De Bilt aangestelde onderzoeker - Maarten-Jan Vos - is op zoek naar documentatie, die nabestaanden van joodse inwoners van de vier voormalige gemeenten De Bilt, Maartensdijk, Achttienhoven en Westbroek mogelijk nog hebben. Te denken valt aan registratiekaarten, correspondentie (van en met de Duitse bezetter, roofinstanties of de gemeente), formulieren over roof, belastingaanslagen en administratie uit de oorlogsjaren of van de jaren er na. Wie nog over dergelijke documenten beschikt kan contact opnemen met de onderzoeker via info@maarten-janvos.nl.
Het Online Museum De Bilt gaat in andere bijdragen nader in op wat zich in de verschillende kernen tijdens de oorlog heeft afgespeeld. Ook Bernard Schut schrijft hierover in Bilthoven, een dorp in de greep van de oorlog. Daarbij komen onder meer de roof van Duitse inboedels in Bilthoven en de rol van burgemeester Van der Borch aan de orde. Van der Borch werd in 1927 benoemd tot burgemeester van De Bilt en bleef dat, met een onderbreking tijdens WO II, tot 1952.













