Afbeelding
.

Op ‘t bankje

17 maart 2026 om 18:00 Overig
advertentie

Als ik bij het bankje kom zitten daar al een wat oudere man en vrouw dicht tegen elkaar aan. Hij is aan de sigaar en zij heeft een sigaret in haar mond. Om hen heen hangt een licht rookwolkje. Ik aarzel even of ik er wel bij zal gaan zitten want de rokers nemen toch iets van het al aardige voorjaarsweer voor mij weg. Maar ze groeten vriendelijk, dus ga ik er maar bij zitten. Toch kan ik niet nalaten te vragen of ze het niet jammer vinden dat ze met hun gerook de gezonde buitenlucht missen. De vrouw schudt haar hoofd. ‘We zitten niet zomaar hier. We zijn hier even naartoe gegaan omdat we als rokers van onze zoon en schoondochter uit de buurt van hun huis moeten blijven. In huis mag daar absoluut niet gerookt worden. Eerst mochten we dat nog wel in de tuin doen, maar dat willen ze ook niet meer. Daarom zijn we hier maar naartoe gegaan’, zegt ze met een zucht. ‘Onze zoon en schoondochter logeren een paar dagen bij vrienden in Zeeland en ze hebben ons gevraagd op de kinderen te passen. We kregen allerlei instructies mee en een daarvan was niet roken in de nabijheid van de kinderen. Daarom is het niet alleen oppassen, het is ook aanpassen.’ Ze zwijgt even alsof ze bedenkt of ze alles wel moet vertellen, maar ze wil toch haar verhaal kwijt. ‘Ze zijn ook nog vegetariërs, maar daaraan willen we ons niet aanpassen. Ze hebben in de koelkast maaltijden voor de kinderen gezet en ik heb thuis voor onszelf eten gemaakt dat wij lekker vinden.’ De man knikt af en toe maar mengt zich niet in het gesprek. Hij geniet zichtbaar van z’n sigaar en heeft verder niets nodig. De vrouw wil nog wel wat meer kwijt. ‘Het is allemaal door haar gekomen toen hij haar leerde kennen. Ze wilde dat hij ophield met roken, dus stopte hij daarmee. Toen moest hij ophouden met vlees eten, dus André werd vegetariër, en dat geeft allemaal niet, ze moeten het alleen niet aan ons gaan opleggen.’ De man neemt nog een trek aan zijn sigaar en knikt. Hij kent de verhalen inmiddels wel en voor de lieve vrede lijkt hij het wel goed te vinden. ‘Ach, we hebben een lieve schoondochter en twee schatten van kleinkinderen. Daar passen we ons graag voor aan’, zegt hij berustend. ‘Ik moet er soms ook wel om lachen’, gaat de vrouw verder. ‘Vroeger was er voor André geen balletje gehakt in de pan veilig en als hij nu bij ons komt schudt hij meewarig zijn hoofd als we vlees braden. Het kan verkeren, maar we laten ons thuis niets opdringen, hoor. Op eigen terrein bepalen we alles zelf, hoewel we dan natuurlijk wel een vegetarisch gerecht voor ze maken, of beter, ik vraag Carolien of ze zelf wil koken. Dan krijg ik van tevoren wel een lijstje met dingen die ik in huis moet halen.’ De vrouw haalt intussen een stuk worst uit haar tas. Ze biedt mij ook een plak worst aan, maar daar heb ik op dit uur van de dag geen zin in. Het echtpaar geniet er in ieder geval wel van. ‘Ja, we zitten echt in een tijdperk van aanpassen’, gaat ze verder. ‘Ik hoorde Wilders op de televisie zeggen dat hij van de hoofddoeken af wil. Ik wed dat hij vroeger in Limburg bij de nonnen op school geweest is en ik zie het verschil niet.’ Ik hoor het allemaal aan en besef dat gebruiken kunnen veranderen en mensen zich daaraan aanpassen.

Maerten