
Monumentenstatus Landgoed Jagtlustnaar Raad van State
4 februari 2026 om 10:00 OverigDe rechtbank Midden-Nederland op 15 december 2025 twee uitspraken heeft gedaan over beroepen tegen het Biltse collegebesluit om onder meer het achterterrein van Landgoed Jagtlust niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. De Stichting Werkgroep Behoud Jagtlust heeft hoger beroep aangetekend bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
advertentie
door Henk van de Bunt
De Stichting Werkgroep Behoud Jagtlust heeft inmiddels hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Dat hoger beroep schort het besluit van de gemeente echter niet op.
Wat er aan voorafging
De Stichting Werkgroep Behoud Jagtlust en Erfgoedvereniging Bond Heemschut vroegen in 2023 en 2024 om het volledige landgoed - inclusief gebouw en park - aan te wijzen als gemeentelijk monument.
In augustus 2024 besloot het college het landhuis, het oorlogsmonument en het terrein vóór het landhuis aan te wijzen als monument. Na bezwaren werd dit besluit in april 2025 aangepast. Ook het voorterrein aan de zuidkant en de zogenoemde Overplaats kregen toen een monumentenstatus.
Het achterterrein, met onder meer bunkers en de Tuinmanswoning, viel buiten de aanwijzing. Tegen dit aangepaste besluit werden meerdere beroepen ingesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van enkele inwoners niet-ontvankelijk, omdat zij volgens de rechtbank geen direct belang hadden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaarde de beroepen van de Werkgroep en Heemschut ongegrond. Volgens de rechter heeft het college in redelijkheid kunnen besluiten het achterterrein niet als monument aan te wijzen.
De organisaties voerden aan dat uit adviezen van onder meer Mooisticht en Contrei zou blijken dat het hele landgoed monumentwaardig is. Ook vonden zij dat het college onvoldoende aandacht had besteed aan de vier bunkers op het terrein. Volgens hen zouden toekomstige bouwplannen juist getoetst moeten worden aan monumentale waarden, zodat ontwikkeling en bescherming hand in hand kunnen gaan.
Het college erkende dat het landhuis en het omliggende park hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde hebben. Het achterterrein zou echter door latere ontwikkelingen zijn aangetast. Daarbij werd gewezen op verstoorde zichtlijnen, parkeerplaatsen en het geplaatste gemeentekantoor. Daardoor zou de monumentale waarde daar aanzienlijk lager zijn.
Wat betreft de bunkers stelde het college dat deze geen specifiek lokaal historisch belang hebben. Er zijn volgens het college geen bijzondere gebeurtenissen aan verbonden. Een vierde bunker was niet bekend bij de gemeente; mocht daar gebouwd worden, dan geldt daarvoor een aparte procedure.
De rechtbank oordeelde dat het college zijn keuze voldoende en navolgbaar heeft gemotiveerd. Ook mocht het college het actuele belang van tijdelijke woningen en een nieuw gemeentehuis zwaarder laten wegen dan uitbreiding van de monumentenstatus. Daarmee kon het college volgens de rechter besluiten het landgoed niet in zijn geheel aan te wijzen als monument. Ook de aanvraag om de Tuinmanswoning apart als monument aan te wijzen mocht worden afgewezen.
Hoger beroep
Op 25 januari heeft de Stichting Werkgroep Behoud Jagtlust hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Daarbij merkt de stichting op dat de rechter het besluit van het college marginaal toetst: niet of zij zelf hetzelfde besluit zou hebben genomen, maar of het proces zorgvuldig is verlopen.
Belangrijk is dat dit hoger beroep geen opschortende werking heeft. Dat betekent dat het besluit van het college voorlopig blijft gelden, al is het nog niet definitief zolang de Raad van State geen uitspraak heeft gedaan.
Ondertussen blijft het een politieke kwestie. Een (nieuw) college zou in de toekomst alsnog kunnen besluiten het achterterrein aan te wijzen als monument. Of daar voldoende draagvlak voor is, zal mogelijk blijken in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen of kort daarna.














