
Dassen hebben het gemunt op de kippen
8 juli 2025 om 10:00 Overigdoor Marlijn de Jager-Gerhardt
advertentie
De onrust in Groenekan groeit. In de dorps-appgroep delen bewoners hun zorgen over de dassen, die inmiddels al meerdere kippen de dood in hebben gejaagd.
De eens zo lieftallige hobbydieren, liggen opengereten in de ren… Geen prettig gezicht. Maar waarom vallen dassen ineens kippen aan? Zijn het er misschien te veel geworden?
‘Een overpopulatie aan dassen? Bij territoriale roofdieren zoals de das, is dat niet mogelijk’, legt dierecoloog en roofdierspecialist Jaap Mulder uit. ‘Dassen zijn zeer territoriaal, indringers worden geweerd en de hoeveelheid voedsel in het territorium bepaalt het aantal dassen in een gebied.’ In Groenekan leven drie à vier familiegroepen, elk met een eigen territorium. Een groep bestaat uit twee tot acht familieleden die samen in een ondergrondse burcht wonen. ‘Van de jongen die vrouwtjes jaarlijks krijgen, overleven er doorgaans hooguit één of twee’, zegt Miralda Akkermans van de IVN-dassenwerkgroep. Zij monitort een van de burchten: ‘Deze familie bestaat uit een paartje met vier jaarlingen (dassen die vorig jaar geboren zijn). Vaak trekken jaarlingen op den duur weg, op zoek naar een ander gebied.’ Volgens haar is er dus geen sprake van een plotselinge toename aan dassen. De populatie reguleert zichzelf via sterfte, geboorte en spreiding. ‘Ze vallen wel ineens op, omdat ze nu op zoek gaan naar ander voedsel dan ‘normaal’.’
Kip op het menu
Normaal eten dassen een gevarieerd menu: ongeveer een derde bestaat uit regenwormen, een derde uit maïs en de rest uit noten, vruchten, muizen, wespen en andere lekkernijen die ze tegenkomen. ‘Het is altijd mooi om te zien hoe dassen die wormen uit de grond trekken; heel langzaam en gecontroleerd, zodat ze niet breken’, vertelt Mulder. Wat dassen eten, verschilt per gebied en seizoen, afhankelijk van wat er beschikbaar is.’ En juist dat aanbod verandert nu door de droogte (en het droge voorjaar). ‘Regenwormen kruipen dieper de grond in en zijn daardoor moeilijker te vinden’, legt Mulder uit. ‘Terwijl regenwormen normaal juist in het voorjaar een belangrijke voedselbron vormen.’ Dassen moeten dus opzoek naar alternatieven. En ja, het zijn roofdieren. ‘Makkelijk toegankelijke kippen in een ren, zijn dan ineens een aantrekkelijke prooi. Als een das ergens succesvol jaagt, komt hij terug. Niet omdat hij ‘vervelend’ is, maar omdat hij daar voedsel vindt.’
Dode kippen
Een dode kip is al vervelend, maar het kan extra schokkend zijn om meerdere dode kippen aan te treffen in de ren, soms zelfs onaangeroerd. Ook dat heeft een logische verklaring. ‘Roofdieren hebben het instinct om een voorraadje aan te leggen’, zegt Mulder. ‘In het wild is het zeldzaam dat ze meerdere prooien vangen in korte tijd. Als het roofdier het ene dier vangt, vlucht de rest van de groep weg. In een kippenren kunnen de dieren echter nergens heen, maar dat instinct om te doden voor het eten van morgen blijft.’ Akkermans vult aan: ‘Het komt ook voor dat dassen schrikken van mensen die wakker worden door het gegil van de kippen. Omdat dassen mensenschuw zijn, vluchten ze soms halsoverkop, en laten ze hun prooien achter.’
Fijne omgeving
De meeste inwoners wonen met veel plezier in Groenekan. Omgeven door groen, rust en ruimte. ‘En juist daarom voelt ook de das zich hier al decennialang thuis’, zegt Mulder. Weilanden en akkers met bosranden, open velden en beschutte plekken vormen een ideaal leefgebied.’ Hun burchten graven ze op droge plekken, zodat het onderkomen bij flinke regenval niet onderloopt. En op akkers, vochtige weilanden en frisse gazons sprokkelen ze het liefst hun maaltje bij elkaar. Tot grote frustratie van sommige dorpelingen. ‘Dassen hebben een uitstekende wroetneus’, zegt Akkermans. ‘Ze kunnen inderdaad flink wat ‘schade’ aanrichten.’ Toch benadrukt ze: ‘Dat hoort bij het wonen in een natuurlijke omgeving. Zie het als een teken dat je in een gezond ecosysteem leeft.’ Mulder sluit zich daarbij aan: ‘Net als vossen, marters en andere dieren, maken dassen deel uit van het natuurlijk evenwicht. Roofdieren horen erbij.’
Een dasbestendige tuin
Toch betekent dit niet dat kippenhouders en nette-gazonliefhebbers machteloos staan. Zowel Mulder als Akkermans geven praktische tips:
1.) Gebruik stevig gaas voor je kippenren, geen standaard kippengaas. Bij voorkeur gepuntlast gaas en deels ingegraven met een flap naar buiten, of bedek de hele bodem ermee. ‘Dassen graven er anders zó onderdoor, en kippengaas krijgen ze gemakkelijk stuk’, waarschuwt Mulder.
2.) Zorg voor een stevig, afsluitbaar kippenhok. Sluit dit ’s avonds, want dassen (maar ook veel andere roofdieren) zijn vooral ’s nachts actief. ‘Voor wie dat vaak vergeet: er zijn automatische deurtjes die sluiten zodra het donker wordt’, tipt Mulder.
3.) Bescherm je gazon met een stroomdraadje rond de tuin. ‘Dat hoeft echt niet hoog’, zegt Akkermans, ‘dassen kunnen niet klimmen.’ Mulder vult aan: ‘Je kunt het draad bevestigen aan groene paaltjes die nauwelijks opvallen, in de handel verkrijgbaar.’
4.) Laat je gras iets langer. ‘Wie zijn gazon heel kort maait, ziet bij schade elk wroetplekje’, zegt Akkermans. ‘Met wat langer gras valt dat veel minder op.’
De belangrijkste tip van beide Groenekanse dassenkenners? Geniet van de natuur om je heen. ‘De das maakt daar deel van uit, en de natuur is hier gewoonweg prachtig.’
Marlijn de Jager-Gerhardt is werkzaam bij de Dierenbescherming en brengt odes aan dier & natuur.














