Logo vierklank.nl
‘Welkom Frederik’. Erik en Karel (r) wachten in 1943 op de stoep van het huis in Bilthoven op de thuiskomst uit het ziekenhuis van hun pasgeboren broertje. (foto: Karel Huijgen)
‘Welkom Frederik’. Erik en Karel (r) wachten in 1943 op de stoep van het huis in Bilthoven op de thuiskomst uit het ziekenhuis van hun pasgeboren broertje. (foto: Karel Huijgen) (Foto: )

In de voetsporen van

Eind maart was op tv de eerste aflevering van de Max-serie ‘In de voetsporen van de bevrijding’, gepresenteerd door Philip Freriks. Daar zag ik ‘De zoon van de belangrijke NSB-ers’, die uit Bilthoven bleek te komen. 

Hij werd geportretteerd in en rond het huis De Berenpan, dat voor mij op dat moment nog geheel onbekend was. Via via kon ik aan het telefoonnummer van de heer Huijgen komen en hij was bereid tot een gesprek. Overigens bleek het huis De Berenpan zelf een geweldige oorlogsgeschiedenis te verbergen, in relatie met burgemeester Van der Borch, die in 1940 op diezelfde plaats had gewoond, schuin tegenover ‘zijn’ gemeentehuis Jagtlust. 

Voor Karel Huijgen begon de oorlog op Dolle Dinsdag 5 september 1944. Hij vluchtte met zijn ouders en zijn broertjes Erik en Frederik vanaf de Soestdijkseweg in Bilthoven naar de villa Ter Marse in het Groningse Stadskanaal. Tot aan die dag had de kleine Karel, geboren in Amsterdam op 24 januari 1940, geen oorlog gekend. Maar terwijl de rest van Nederland feestvierde werden de broertjes Huijgen en hun moeder na de bevrijding van Stadskanaal opgesloten in een interneringskamp in Musselkanaal. Daar liepen de kinderen vanwege de slechte leefomstandigheden dysenterie op.

Hilversum
Karels ouders, overtuigde NSB-ers, hadden in het voorjaar van 1943 de pas herbouwde woning gehuurd van burgemeester Van der Borch van De Bilt. Vader Carolus Huijgen stond in hoog aanzien als secretaris-generaal van het NSB-hoofdkwartier aan de Maliebaan in Utrecht. Moeder volgde vader in zijn politieke overtuiging: ‘Ik vraag me af of mijn moeder zonder hem ook voor de NSB gekozen zou hebben’, vertelt Karel, die nu 80 is en opnieuw in Bilthoven woont.

Na hun vlucht uit Bilthoven hadden Carolus Huijgen en zijn gezin onderdak gevonden bij de familie Maarsingh, NSB-gevolmachtigde van Mussert voor Groningen en Drenthe. Tot ook daar het oorlogsgeweld op de deur klopte, toen Stadskanaal op 13 april door de Canadezen en Polen werd bevrijd. Karels vader werd samen met Mussert in Den Haag gearresteerd. Voor de moeder en de kinderen begon een interneringsperiode van vier maanden, die voor de drie kinderen zou eindigen in de woning van tante Greet van Buuren in Hilversum, een zuster van moeder. Moeder zelf werd naar het voormalige kamp Amersfoort overgebracht. Ze kwam voorjaar 1946 weer vrij, waarna ook zij bij haar zuster in Hilversum ging wonen.

Huisraad
‘Tante Greet heeft verteld dat ze met een kinderwagen op en neer naar de afgesloten Bilthovense woning was gelopen om wat huisraad te redden; we hadden het huis halsoverkop moeten verlaten. Mijn moeder heeft nog jarenlang geprobeerd bij het Nederlandse Beheersinstituut om haar spullen terug te krijgen; dat is maar deels gelukt. Mijn vader werd in 1950 tot achttien jaar met aftrek veroordeeld en heeft uiteindelijk 11 jaar gevangen gezeten. In 1948 verhuisden Erik en ik naar een pleeggezin in het Limburgse Beek, waar we verbleven tot de vrijlating van onze vader in 1956 en waar we de HBS en het gymnasium doorliepen. Kleine Fred is die tijd bij moeder gebleven’.

In het voorjaar van 1957 voegde het hele gezin zich bij hun vader in Hoogeveen. Deze had vanuit de gevangenis in Veenhuizen een betrekking gevonden als assistent-technische dienst bij de conservenfabriek Aardenburg in Hoogeveen. Een jaar later werd hij daar bedrijfsleider.

Rijnland
Als gesjeesde student warmtetechniek in Delft had Carolus Huijgen in 1919 de overstap gemaakt naar de Technische Hochschule in de stad Bingen in het Rijnland; op, wat nu heet, HBO-niveau. Carolus was dus geen Ir., zoals de NSB deed voorspiegelen maar ‘Ing’. ‘Binnen zijn eigen familie is hij de status van het zwarte schaap nooit kwijtgeraakt. In Bingen voelde hij het onrecht en de armoede van de Duitse bevolking na het verlies van de Eerste Wereldoorlog. Ik denk dat deze ervaringen mede aan de basis hebben gelegen van zijn toetreden tot de NSB’. Naar zijn zeggen hebben Karel en zijn broers niet geleden aan het trauma van NSB-kind: ‘Daar ben ik tante Greet en het pleeggezin in Beek nog altijd dankbaar voor. Tante Greet, die zelf niet was aangesloten bij de beweging, had een beschermingsmuur om ons opgetrokken en ver weg in Beek werd überhaupt niet over het onderwerp gesproken’.         (Veroniek Clerx)

Meer berichten