Tot slaaf gemaakte mannen werken op het land.
Tot slaaf gemaakte mannen werken op het land. Foto: (anoniem, ca. 1850

Het slavernijverleden van De Bilt

11 januari 2023 om 09:00 Algemeen

door Henk van de Bunt

advertentie

De gemeenteraad van De Bilt heeft op 22 december jl. een motie aangenomen om gemeente-breed de afschaffing van de slavernij te herdenken. ‘Daar is zeker aanleiding voor’, zo blijkt uit een inventarisatie van het Online Museum De Bilt en waar de laatst uitgekomen Nieuwsbrief ook aan refereert: ‘Daarbij kwam lokale vermogensverwerving door transatlantische slavernij aan het licht’. 

GroenLinks, SP, PvdA en D66 dienden tijdens die gemeenteraadsvergadering een motie in met een oproep aan het college een plan te maken voor een gemeente-brede herdenking van de afschaffing van de slavernij en in dat plan in ieder geval de Biltse onderwijspartners, de twee historische verenigingen en het online museum De Bilt te betrekken met als doel meer kennis over specifiek de Biltse relatie met slavernij naar buiten te brengen. 

De Bilt
Bij de behandeling van de motie werden door Audrey Kruiniger (GL) voorbeelden genoemd van de betrokkenheid van het Biltse verleden m.b.t. de slavernij, waarbij zij het verbazingwekkend noemde ‘over dit deel van het Biltse verleden nergens iets terug te vinden in officiële Biltse communicatiekanalen: ‘Niet op het Onlinemuseum De Bilt, niet op de webpagina van de gemeente zelf en ook niet in het lesprogramma van Biltse scholen’.

Inclusie
Op het Online Museum staan twee inventarisaties vermeld: ‘De Bilt en het Slavernijverleden I (17de + 18de eeuw) en ll (19de eeuw)’, waarmee de redactie hoopt bij te dragen aan een inclusieve vorm van geschiedschrijving en geschiedenisonderwijs, zoals de voormalige Nederlandse verzetsstrijder en kampslachtoffer Anton de Kom het heeft bepleit in de jaren ‘30 van de vorige eeuw; met daarbij ook aandacht voor de tot slaaf gemaakte moeders en dochters: ‘Geen beter middel om het minderwaardigheidsgevoel bij een ras aan te kweken, dan dit geschiedenisonderwijs waarbij uitsluitend de zonen van een ander volk worden genoemd en geprezen’, aldus auteur Anton de Kom (Paramaribo 1898 - Kamp Neuengamme 1945) in zijn boek: Wij slaven van Suriname (gepubliceerd in 1934)

Kernen
Anne Doedens licht toe: ‘We beperken ons in de feiten in hoofdzaak tot de slavernij in Suriname en Caraïben en gaan daarbij niet in op andere aspecten van het verschijnsel, zoals het lot van de Europeanen die in de zeventiende en achttiende eeuw onder meer door Noord-Afrikaanse kapers slaaf werden gemaakt. De West-Indische Compagnie (WIC) komt aan bod en driemaal – in het geval van de schetsen over ‘Oopjen’, de in Groenekan geboren Joan Gideon Loten en de familie Calkoen - de slavernij in relatie tot de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Het betreft in dit beknopte overzicht - op twee belangrijke uitzonderingen na – met name personen die zelf of in hun (doorgaans rijke en welgestelde) familie een duidelijke relatie met de slavenhandel en -uitbuiting hadden. Overigens waren bijna alle inwoners van de dorpen bij De Bilt landbouwers en knechten, die geen enkele relatie met de slavernij hadden. Naast de inktzwarte kanten van de geschiedenis van de slaaf gemaakte Afrikanen waarmee ook De Bilt te maken had, komen bestrijders van de slavernij aan bod, die in de geschiedenis van de zes kernen een rol spelen’.

Voordaan
Doedens noemt bijvoorbeeld tweemaal de Buitenplaats Voordaan: ‘Oopjen Coppit, de vrouw op het dubbelportret van Rembrandt uit 1643, woonde sinds 1647 op Voordaan. De twee portretten van Oopjen en haar man Marten Soolmans hebben ’s zomers daadwerkelijk in Voordaan gehangen. Het Rijksmuseum deed in 2021 t.g.v. de tentoonstelling Slavernij onderzoek naar Oopjen. Daaruit bleek dat zij flink profiteerde van de slavernij. De familie van haar man Marten was rijk geworden dankzij hun suikerraffinaderij, die direct afhankelijk was van de plantages in Zuid-Amerika. Oopjens tweede man, Maerten Daey, werkte voor de Eerste West-Indische Compagnie (1621-1674) in Brazilië. Hij verwekte daar een kind bij een tot slaaf gemaakte vrouw. Uit het levensverhaal van Oopjen blijkt hoe de Europese rijkdom direct verband hield met de slavernij in de koloniën’. 

Kerkhof
Op het kerkhof van Groenekan staat de grote grafkelder van de familie Calkoen; in de achttiende en negentiende eeuw eigenaar van het landgoed Voordaan in Groenekan. Op de wapensteen van deze familie, boven de ingang van de kelder, staan twee zogeheten ‘morenkopjes’. ‘Dit hoeft niet perse te verwijzen naar slavernij: islamitische bewoners van Noord-Afrika en Spanje werden in het verleden ook als ‘moren’ aangeduid’, aldus Romulo Döderlein de Win, heraldisch deskundige in de gemeente. Deze kopjes zijn via de familie Van Loon, medeoprichters van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), in het wapen van de familie Calkoen terechtgekomen.

Bruidsschat
De begraafplaats in Groenekan is in de Franse tijd (1795-1813) aangelegd. Dorpshistoricus Koos Kolenbrander vertelde er in een artikel in 2013 over: ‘De hervormde gemeente Blauwkapel-Groenekan kerkte vanaf 1641 in het in 1451 gebouwde kerkje in Blauwkapel. De totstandkoming van het kerkhof van Groenekan is een duidelijk voorbeeld van de in die tijd vaker voorkomende vrijgevigheid van de plaatselijke ‘Kasteelheer’: in Groenkan door de eigenaar van het Landhuis Voordaan. Abraham Baron Calkoen hielp mee bij de financiering van het kerkhof. Het werd aangekocht van boer Vringes voor 150 gulden. Om dit te financieren gaf Baron Calkoen een heel hoge hypotheek; een hypotheek van 130 gulden. Later kocht hij een zesde deel van het kerkhof aan om daarop de familiegrafkelder te bouwen voor een bedrag van 200 gulden. Het is een wat vreemde beeldspraak op een kerkhof: dit was een aanzienlijke bruidsschat. Het kerkhof in Groenekan had financieel gezien een prachtige start’. 

Meer info over de begraafplaats van Groenekan is te vinden in het boek ‘Orkanen over Voordaan Geschiedenis van een Landgoed’ van wijlen W. van Schaik.

WIC
Doedens hierover: ‘Vanaf 1675 speelde ook de toen opgerichte Tweede Geoctroyeerde West-Indische compagnie (WIC)ook wel Nieuwe West-Indische compagnie genoemd, een grote rol in de slavenhandel, met name vanuit West-Afrika. De tweede WIC had 10 directeuren en 50 bewindhebbers. Een bewindhebber was bestuurslid van een van de plaatselijke afdelingen of ‘kamers’ van de WIC, waarvan Amsterdam de belangrijkste was. Deze bestuurders deelden in de rendementen van de slavenhandel en de investeringen in de plantages. Ze maakten deel uit van een brede groep van machthebbers die bestuur en handel van de Republiek in handen had. Als ze niet in Amsterdam of Utrecht verblijven, blijken ze te bivakkeren in grote huizen, zoals die van Groenekan, Maartensdijk, De Bilt en Westbroek. Plaatsen waar de rijken op hun landgoed vertoefden als ze niet in de Domstad of Amsterdam hoefden te zijn’.


Koopman en een tot slaaf gemaakte bediende.  - (anoniem, ca. 1750 - ca. 1799)


Hollandse koopman met twee tot slaaf gemaakte mannen in heuvellandschap. - (anoniem, 1700 – 1725)


Tot slaaf gemaakte mannen werken op het land. - (anoniem, ca. 1850)

Hollandse koopman met twee tot slaaf gemaakte mannen in heuvellandschap.
Koopman en een tot slaaf gemaakte bediende.
Een zesde deel van het kerkhof werd aangekocht door Baron Calkoen om daarop de familiegrafkelder te bouwen.