Vanaf 20 mei 1892 is aan de Groenekanschedijk (tegenwoordig Groenekanseweg 170-172) in Groenekan één van de weinige winkels in het dorp gevestigd: de kruidenierswinkel van Dirk Ravestein (1867-1945).
Vanaf 20 mei 1892 is aan de Groenekanschedijk (tegenwoordig Groenekanseweg 170-172) in Groenekan één van de weinige winkels in het dorp gevestigd: de kruidenierswinkel van Dirk Ravestein (1867-1945). Foto: foto uit digitale archief Rienk Miedema

De komst van het licht in Maartensdijk (slot)

10 februari 2023 om 12:00 Algemeen

Tekstvak: In de laatste vergadering (december) van de gemeenteraad in 2022 werd het besluit genomen een zonnepark te realiseren met een maximale instandhoudingstermijn van 30 jaar, in het buitengebied nabij Groenekan alles leidend tot het opwekken en geleiden van elektriciteit in deze gemeente.  



In een artikel van juni 2001 in St. Maerten dook Wim Hoebink toen nog weer honderd jaar terug en verhaalt hij uitvoerig en goed gedocumenteerd over ‘de komst van het licht in Maartensdijk’. In 4 afleveringen brachten wij de elektriciteitsgeschiedenis van meer dan 120 jaar weer in beeld en constateerden  dat in zowel woordgebruik als beeld er  meer overeenkomsten dan verschillen zijn.		      <span class=Henk van de Bunt “ class=" style="width: 283px; height: 344.578703703704px">

advertentie

In de vorige aflevering eindigden we met het bericht uit februari 1922 van Gedeputeerde Staten, dat het raadsbesluit tot het aangaan van genoemde geldlening was goedgekeurd.

Ook in 1922 en 1923 werden er nog telkenmale raadsbesluiten genomen over onderdelen van het gebouwde net. Om een enkel voorbeeld te noemen: plaatsing van een lantaarn op de Veldlaan in Groenekan, uitbreiding van het net aan de Molenweg in M’ dijk vanwege de bouw van een zogenoemde bijzondere school aldaar, plaatsing van een lantaarn bij de overweg van de Nieuwe Wetering, reparatie van lampen in Blauwkapel, aansluiting van een perceel in De Rading op basis van een speciaal contract, verplaatsing van een bokpaal aan de Ruigenhoek vanwege hinder voor het verkeer en nog veel meer. Op basis van deze en voorgaande besluiten én de daarbij verstrekte informatie zou welhaast een wegenkaart van de toenmalige gemeente samengesteld kunnen worden. Aan een zodanige compositie der gegevens zouden dan het Haverland, de Hooge Dijk en het Zwarte Water ontbreken. Want wat betreft elektrificatie was over dat gebied, met zijn schaarse bevolking en laag gehalte aan hoofdelijke omslag, nog steeds geen besluit genomen. Jongerius vroeg niet aflatend om licht voor alle bewoners daar, ongeacht rang en stand. Heikamp stond pal voor degenen, die geen aansluiting konden betalen. Maar het GEB-Maartensdijk kon het leveren van stroom aan die brede grenszode met Utrecht financieel niet rondkrijgen. Of werden deze contreien inmiddels al tot het verzorgingsgebied van de PUEM gerekend?

Rechtstreeks
De elektrificatie van het Haverland e.o. werd inderdaad uiteindelijk door de PUEM geregeld. Om die gang van zaken toe te lichten dient aangeknoopt te worden bij ontwikkelingen op provinciaal niveau. Met de oprichting in 1922 van het Pegus was de PUEM NV definitief een zuiver distributiebedrijf geworden. Tot dat jaar was de praktijk geweest dat de Vennootschap elektriciteit en gros verkocht aan gemeentelijke elektriciteitsbedrijven. Die zorgden op hun beurt voor levering van het product aan de afnemers. Daarbij werd een GEB ook nog eens technisch en administratief ondersteund door de PUEM. Het resultaat van dit beleid mocht er zijn. Er ontstond eenheid in tarieven en technisch opzicht. Maar de PUEM vond zo’n GEB als schakel tussen haar en de verbruiker steeds bezwaarlijker. De elektriciteitsvoorziening kon beter worden gediend als de Vennootschap de laagspanningsnetten overnam en réchtstreeks aan de klant ging leveren. Het bleek dat de meeste gemeentebesturen de overname wenselijk achtten. De Vereeniging van Ned. Gemeenten afd. Utrecht stond erachter.

Overdracht
Maartensdijk had er ook geen moeite mee. In de raadsvergadering van 20 januari 1923 kwam het voorstel tot overdracht van het GEB aan de PUEM aan de orde. De directeur van de Vennootschap Ir. C. Noome was in hoogsteigen persoon aanwezig en gaf toelichting. Na enige gedachtewisseling werd het voorstel met algemene stemmen aangenomen. Nog in datzelfde jaar nam de PUEM de drie aangegane geldleningen van het GEB-M’dijk over, uiteraard minus de aflossingen van 1921 en ‘22. In het overleg aangaande deze transactie werd de elektrificatie van het Haverland e.o. onder de aandacht gebracht. Eind november had Maartensdijk zijn lokale net verkocht. In mei 1924 brandden de eerste lantaarns aan de Hooge Dijk en in het Haverland. Voor wat betreft de verlichting van straten en gebouwen was de gemeente nu klant van de PUEM. Nog in datzelfde jaar werd begrotingspost nr. 64 ‘straatverlichting’ met 750 gulden verhoogd en gebracht op 3.000 gulden.

Slotopmerkingen
De verkoop van het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf voltrok zich voor de mensen van toen onzichtbaar. Dezelfde meteropnemer bleef komen. Na verloop van nog een aantal jaren had nagenoeg elk huis een aansluiting. Kleine en grotere bedrijven gingen krachtstroom afnemen, als eerste de Eskem in Groenekan. Het waterschap Maartensdijk ging over op elektrische bemaling. Op de hoog hangende draden langs de wegen zaten regelmatig zwaluwen. Meester Stoffels kon uitleggen waarom ze niet dood neervielen. Jacob Melissen noemde zo’n rijtje wiebelig zittende vogels een notenbalk. Mensen stonden ervan te kijken als een monteur van de PUEM met gebruikmaking van zgn. klimschaatsen een paal van het laagspanningsnet beklom om onderhoud te plegen. De eerste kwajongen richtte zijn ‘katapult’ op een porseleinen potje van het bovengrondse net. Maar de jeugdige vandaal werd snel opgespoord. De euveldaad kwam hem te staan op een zware uitbrander van rijksveldwachter Kamerbeek. Zo’n verbale afstraffing werkte door in de kring der kornuiten. Bij de voorjaarsschoonmaak vielen door geopende ramen de eerste stofzuigers te beluisteren. De zuigers werden gevolgd door elektrische strijkbouten en idem theelichtjes. Tenslotte had iedere straat, zelfs de Veldzichtstraat, zijn palen en daaraan bevestigde leiding. Niet zo lang daarna begon de PUEM opnieuw te graven. Langzaam maar zeker werd het bovengrondse net gesloopt. Nauwelijks merkbaar voor de klant werd het transport van stroom geheel verkabeld. De kabels werden aan de aarde toevertrouwd. Eind jaren zeventig waren hier alle sleuven gedicht. De toen laatst neergehaalde paal in Maartensdijk zou nu wellicht overeind gebleven zijn: als een monumentaal verticaal relict. Wel lastig om in stand te houden, vanwege die boktor.

Vanaf 1923 gingen kleine en grotere bedrijven krachtstroom afnemen, als eerste de ESKEM in Groenekan: In 1918 was daar de Eerste Stichtsche Kopergieterij en Metaalwarenfabriek gestart.