
Eerste viering Keti Koti in De Bilt
6 juli 2023 om 12:00 Algemeendoor Henk van de Bunt
advertentie
Zaterdag 1 juli presenteerden Dick Berents en Anne Doedens (beiden van het Online Museum De Bilt) op en nabij Jagtlust (Soestdijkseweg te Bilthoven) hun onderzoek ‘De Bilt en zijn slavernijverleden’ tijdens de eerste viering van Keti Koti in gemeente De Bilt.
Het rapport maakt inzichtelijk hoe de betrokkenheid was met de slavernij in tijden van de WIC (West Indische Compagnie) en de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) van de zeventiende tot de negentiende eeuw. Er is gekeken naar financiële belangen en betrokkenheid van inwoners en bestuurders van (voormalige) gemeenten in het huidige De Bilt.
Sorry
In een inleidende monoloog vertolkte Urmie Plein: ‘Ik zeg toch sorry’; een spannende samensmelting van geschiedenis en actualiteit over een periode waarin de rollen schrijnend verdeeld waren en nu nog steeds zijn.
De welkomstwoorden waren van wethouder inclusie Krischan Hagedoorn: ‘Het college is verheugd, dat u met zovelen bent gekomen’. Vervolgens werd het programma toegelicht en vervolgde hij: ‘Namens het college wil ik graag onderzoekers Dick Berents en Anne Doedens van het Onlinemuseum De Bilt, de werkgroep herdenking slavernijverleden, Sander van Oorspronk van Communicatie en Olav Reijers, ambtenaar cultuur van onze gemeente, bedanken voor hun inzet, inspiratie, denkkracht en organisatievermogen om te komen tot een waardige en feestelijke herdenking’.
Jagtlust
Dick Berents en Anne Doedens van het Online Museum De Bilt presenteerden het Boek Slavernij in De Bilt, gebaseerd op het rapport ‘De Bilt en haar Slavernijverleden’ dat de auteurs op verzoek van het college van de gemeente hadden samengesteld. Het rapport ‘De Bilt en haar slavernijverleden’ bevat bronnen- en archiefonderzoek naar betrokkenheid tussen welvarende inwoners en bestuurders en de slavernij.
Berents: ‘Ik ga het hebben over de slavernij en het bestuur. Precies tweehonderd jaar geleden, in 1823, kwam Jacob van Lennep hier in Jagtlust de trap op. Hij zou in de negentiende eeuw misschien wel de meest populaire romanschrijver van ons land worden. Hij kwam hier op bezoek bij de eigenaar, Jan Wolter van de Pol. In zijn dagboek schreef hij: Oom Jan Wolter zag wat bleek, nadat hij die ochtend een flauwte had gehad. Dat deden mensen in de negentiende eeuw. Oom Jan Wolter was een aardige man, maar hij was heel erg betrokken bij plantages in Suriname, waar tot slaaf gemaakten moesten werken. Hij was bijvoorbeeld vroeger directeur geweest van de Sociëteit van Suriname, die de hele kolonie beheerde. Hij was ook zelf mede-eigenaar van twee plantages. En één ervan heette ook Jagtlust. Dus toen B. en W. lieten weten dat ze voor de viering van 1 juli een betekenisvolle plek zochten, zeiden Anne en ik: Nou dan weten wij nog wel wat. Even voor de duidelijkheid: Oom Van de Pol was geen bestuurder van De Bilt. Jagtlust was nog geen gemeentehuis’.
Geen polarisatie
Anne Doedens startte zijn bijdrage met een aantal conclusies: ‘1. Bijna alle inwoners van de dorpen bij De Bilt waren landbouwers en boerenknechten, die geen enkele relatie met de slavernij hadden. Hoewel men er weet van had: de zonen van Noach - Sem, Cham en Jafeth - men hoorde het regelmatig herhaald in de kerk. Slavernij als gevolg van zonde en 2: de titel van het boek had ook kunnen zijn: Heren en Slaven, want met name veel bewoners van de buitens in de gemeente hadden of aandelen of een functie bij een organisatie die met de slavenrij te maken had, of een plantage’. Doedens noemde een aantal voorbeelden: ‘Collel Weede (achter het huis van wijlen huisarts Smitt in Westbroek, Vollenhoven-bewoner Gerard Munter (1745 - 1806), die hard optrad tegen weggelopen slaven met een vermogen van 230.000 gulden’. Doedens: ‘Soms heel hoge heren en vrouwen, zoals de heer van Achttienhoven. De laatste heer van Achttienhoven - Frederik Willem van Nassau Weilburg - was de kleinzoon van stadhouder Willem IV. Zijn moeder Carolina van Oranje Nassau was de zuster van Willem V en nam een slaaf gemaakte mee (te zien bij haar huwelijk) en Jonkheer Edouard Quarles van Ufford (1854 - 1942), die dertig jaar burgemeester van Maartensdijk was en zijn moeder: gravin Cornelia Johanna Sara van Limburg Stirum (1827- 1914). Doedens sloot af: ‘Bedenk: het verhaal is genuanceerd, verdient integratie in onze landelijke en plaatselijke geschiedenis, maar mag niet, nooit tot polarisatie leiden’.
‘Wan gado de’
Audrey Kruiniger ‘is gemeenteraadslid in De Bilt, moeder van die twee prachtige kinderen en dochter van die witte meneer, die daarnaast zit en van een zwarte Surinaams-Nederlandse vrouw, die vandaag helaas niet meer heeft kunnen meemaken. ‘Wanneer ik haar 20 jaar geleden verteld zou hebben, dat ik vandaag, op 1 juli 2023, Keti Koti zou ‘vieren’ in de overwegend witte gemeente De Bilt, had ze me recht in mijn gezicht uitgelachen. Zoals mijn moeder zou zeggen: ‘Wan gado de.’ Dat betekent letterlijk: ‘Er is een God’. En daarmee bedoelde ze, dat ‘wanneer je maar hard genoeg blijft strijden voor dat wat juist is, Onze-lieve-Heer uiteindelijk dat werken beloont. Want vandaag staan we hier samen, wit en zwart, om te vieren dat het onrecht van de slavernij inderdaad alleen nog maar een deel van onze geschiedenis is en niet van onze toekomst’.
De Bilt
Burgemeester Sjoerd Potters: ‘Wij (college van B&W) hebben op verzoek van de gemeenteraad laten onderzoeken welke verbanden er zijn tussen de slavernij en onze inwoners van destijds. De onderzoekers - Dick Berents en Anne Doedens van het Online Museum De Bilt - hebben daarmee belangrijk werk verzet. We danken hen daar hartelijk voor. Ook in onze gemeente hebben mensen geld verdiend aan plantages, de handel in tot slaaf gemaakten, met investeringen. Mensen en families werden rijk. Ze hielden er vaak ook vooraanstaande posities aan over. De gevolgen van de slavernij werken nog steeds door. Discriminatie en racisme zijn niet verdwenen uit onze samenleving. Het blijft van groot belang dat we werk maken van de strijd voor gelijkwaardigheid en gelijke behandeling. Tegen racisme, uitsluiting en uitbuiting. Tegen iedereen in onze gemeente zeg ik om te beginnen: neem kennis van onze geschiedenis. Wees je ervan bewust dat onze mooie gemeente ook een gruwelijk hoofdstuk heeft gehad.
Ik realiseer me dat dit rapport vragen oproept, over wat we als college/gemeente gaan doen. Hoe we onze geschiedenis een plek gaan geven. Wat de vervolgstappen zijn, daarover zullen we in gesprek gaan. Met elkaar, met iedereen die betrokken is. Dat gesprek vraagt om zorgvuldigheid en tijd. De erkenning van het onrecht van slavernij is een proces van bewustwording, van ons allemaal. Sommigen zijn daar al langer mee bezig, anderen pas net. Laten we elkaar hiervoor ook voldoende ruimte en tijd geven.
Vandaag is het Keti Koti, de dag waarop we de afschaffing van de slavernij vieren. 150 jaar geleden kwam er een einde aan de slavernij in Suriname en op de Antillen. Om daar stil bij te staan begint vandaag het Herdenkingsjaar Slavernijverleden. We vieren de vrijheid, maar staan ook stil bij ons verleden. Samen kijken we vooruit.
Voor een ieder die zich persoonlijk betrokken voelt bij deze geschiedenis past maar één woord; Namens het hele college van burgemeester en wethouders bied ik hierbij excuses aan voor de betrokkenheid van onze voorgangers bij de koloniale slavenhandel en de onderdrukking en uitbuiting van tot slaaf gemaakte medemensen’.
![]()
Hapjes en belangstellenden te over op het terrein voor Jagtlust.
![]()
Werkgroep-leden Tonny Groen en Dorien Donders hijsen de Keti Koti-vlag.
![]()
De Keti Koti-vlag is gehesen; alle aanwezigen zingen het Surinaams en het Nederlandse volkslied.
![]()
Dick Berends en Anne Doedens overhandigden het boek aan gemeenteraadslid Audrey Kruiniger en burgemeester Sjoerd Potters.
![]()
Er was muziek van Master Kaseko (Kaseko is Surinaamse dansmuziek).


















