Afbeelding

Jan en Maria zijn langzaam verdwenen

20 december 2024 om 18:00 Algemeen

Populariteit van voornamen in De Bilt is in een aantal decennia veranderd.

advertentie

We kregen allemaal bij onze geboorte een of meer voornamen van onze ouders. Die wordt, samen met de achternaam, een belangrijk onderdeel van onze identiteit, we worden er ons hele leven mee aangesproken en aangeschreven. En we vinden het vervelend als er in spelling of uitspraak een fout wordt gemaakt – dan past de naam ons niet. De achternaam kregen we doorgaans van de vader, maar inmiddels kan dat ook die van de moeder of een combinatie van beide ouderlijke achternamen zijn. De achternaam wordt gedeeld door broers en zusters en toont het gezinsverband. Daarin hebben ouders maar weinig keuze. Dat is heel anders bij de voornaam waar wettelijk heel weinig beperkingen aan worden gesteld. De belangrijkste is dat de naam het kind niet mag schaden. Dat geeft de ouders een grote keuzevrijheid, maar ook een grote verantwoordelijkheid om een naam te kiezen die niet alleen mooi is, maar die ook past bij henzelf en bij de omgeving waarin het kind zal opgroeien. De voornaamkeuze is de laatste eeuw enorm veranderd en spiegelt grote maatschappelijke ontwikkelingen. Die zijn ook aan De Bilt niet voorbijgegaan, en ik wil er hier een aantal aspecten van bespreken. 

In het verleden hoefden ouders zich helemaal het hoofd niet te breken over de voornaam van een kind. Er werd verwacht dat grootouders, andere familie of de ouders zelf vernoemd werden. Die traditie was diep verankerd en gold zowel ouders van katholieke als protestantse huize. Van oudsher hadden de voornamen in Nederland een Germaanse of Bijbelse oorsprong, waarbij katholieke ouders op aandringen van de pastoor een gelatiniseerde vorm kozen (Adrianus voor Adriaan), niet alleen bij de doop maar ook bij de inschrijving in de burgerlijke stand. Deze sociaal-bepaalde vernoemingstraditie brokkelde in de loop van de vorige eeuw af. Eerst geleidelijk, maar na 1960 in hoog tempo. Dat hing samen met grote maatschappelijke veranderingen waarbij de rol van de kerk snel afnam, sociale zekerheid toenam, en familiebanden losser werden wat individuele keuzen mogelijk maakte. Dat betekende dat veel bewoners van De Bilt die voor 1970 een voornaam kregen, dus nu 54 jaar of ouder zijn, nog een traditionele vernoemingsnaam hebben. Voor deze groep is de officiële naam (die in het paspoort staat) vaak niet de dagelijkse roepnaam, Jacobus wordt Jacob, Jacco of Jaap genoemd. De officiële top-10 voor deze groep staat hieronder.

Deze top-10 van De Bilt bevat vrijwel dezelfde voornamen als de landelijke top-10 met kleine verschillen in rangorde (de namen die in de landelijke top-10 niet voorkomen zijn in deze en volgende lijstjes schuin gedrukt). Johannes en Maria waren al eeuwen de meest geliefde voornamen, en bleven dat landelijk zelfs tot 1991. Bij de mannen komt de eerste gelatiniseerde vorm met Jacobus pas op plaats 10, bij de vrouwen is de Latijnse vrouwelijke uitgang op -a dominant en zien we geen vormen op -je die in protestantse kringen gebruikelijk waren (zoals Jannetje, Neeltje, Antje, Adriaantje, Trijntje, Grietje). Zeker bij de vrouwennamen is het aantal roepnaamvarianten groot. De naam Robert werd pas na 1930 populair in Nederland en is de enige naam waarin De Bilt van de landelijke top-10 afwijkt. Binnen De Bilt zijn er wat betreft deze traditionele vernoemingsnamen overigens geen grote verschillen tussen de kernen, overal staan dezelfde namen in de top-10. Daarbij moeten we in het oog houden dat van de huidige bevolking van de gemeente de Bilt maar 15% ook in de gemeente is geboren, en 85% dus elders (32% in de gemeente Utrecht). Dat betekent dat de herkomst van de voornamen in De Bilt veel breder is dan de gemeente alleen, waardoor we hier, zeker voor de traditionele voornamen, een gemiddeld landelijk beeld aantreffen.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw veranderde de voornaamgeving drastisch. Met de eigen keuzen van ouders deed mode zijn intrede. Nieuwe (veelal Engelse) voornamen deden hun intrede, waarvan de meesten na een generatie populair te zijn geweest weer werden verlaten. Anders gezegd kiest tegenwoordig iedere generatie eigen voornamen voor hun kinderen. Dat gaat geleidelijk, de veranderingen zijn van jaar tot jaar niet groot, maar na 20 tot 25 jaar is er wel een nieuwe top-20 bereikt. Omdat ouders persoonlijke keuzen gingen maken weerspiegelen die ook iets van hun sociale omgeving. Daar zal het kind zich thuis moeten gaan voelen en ouders houden daar rekening mee. Dat betekent dat er voor De Bilt verschillen ontstaan in de voornaamkeuzen in de kernen die samenhangen met de daar dominante sociale groepen. Hier onderscheiden we drie gebieden: (1) de landelijke dorpen met Westbroek, Maartendijk, Groenekan en Hollandse Rading, en in Bilthoven en De Bilt: (2) Noord/Oost (ten noorden van de Jan Steenlaan en de spoorlijn samen met het gebied ten oosten van de 1e en 2e Brandenburgerweg en de Hessenweg), en (3) West/Zuid (de Leyen en het gebied ten westen van de genoemde wegen). Maar eerst is hier de top-10 voor 25-55 jarigen in de hele gemeente. (Gerrit Bloothooft)

Ook bij deze generatie komen de keuzen grotendeels overeen met de landelijke top-10, alleen Maarten en Wouter bij de mannen en Marieke en Maaike bij de vrouwen doen het beter in De Bilt. In deze generatie zien we nog steeds de nodige vernoemingsnamen, zoals Jan, Johannes en Willem voor mannen, en Maria, Johanna, Cornelia en Anna voor vrouwen. Binnen de gemeente zijn er ook kleine verschillen in voorkeuren. De landelijke dorpen hebben wat meer vernoemingsnamen met Pieter, Cornelis, Gerrit en Adriana, naast Frank, Saskia en Judith. In Bilthoven-De Bilt Noord/Oost springen Tim en Sander er uit, en in Zuid/West Daniël, Michael, Patrick en Suzanne. 

Bij de jongste generatie, waar we voor De Bilt de voornamen vanaf 7 jaar beschikbaar hebben, zijn de vernoemingsnamen definitief verdwenen. Althans als eerste voornaam, in de tweede of derde voornaam komen de namen van opa en oma zeker nog veel terug. Op die manier is er een mooie balans tussen de eigen voorkeur van de ouders en het eren van de familiebanden. De eerste voornamen die tegenwoordig gegeven worden zijn kort en ook gelijk aan de roepnaam, het verschil tussen roepnaam en officiële naam is grotendeels verdwenen. Voor De Bilt is de top-10 van de jeugd:

Het verschil met de landelijke top-10 zit in de voorkeur voor Floris, Olivier en Pepijn voor de jongens en Sarah en Jasmijn voor de meisjes. Binnen de gemeente zien we in de landelijke dorpen nog vernoeming in de eerste voornaam met Jan, Willem, Johanna, Maria, Adriana, naast Koen, Julian, Daniël en Lara. In Bilthoven-De Bilt Noord/Oost staan Hidde, Ties, Thijmen, Julie en Feline in de top-10, in Zuid-West: Benjamin, Sara en Fenna.

Het gevolg van mode is dat een voornaam maar een periode van twintig tot veertig jaar echt populair is. Daardoor is bij een naam een bijbehorende leeftijd te schatten. Zo zullen Jolanda, Astrid, Edwin, Sandra, Marco en Patrick vaak vijftigers zijn, Linda, Wendy, Jeroen en Mark veertigers, Iris, Sanne, Kevin en Tim dertigers, Lisa, Lars en Ruben twintigers, Finn, Tess en Liam tieners. Daarnaast zijn degenen met een traditionele vernoemingsnaam meestal de zestig al gepasseerd. Allemaal wel met de nodige uitzonderingen natuurlijk.

Waar vroeger de populairste namen Johannes en Maria aan één op de tien kinderen werden gegeven, is dat met de huidige topnamen minder dan één op de honderd kinderen. Dus ouders hoeven niet bang te zijn dat de keuze voor een populaire naam betekent dat hun kind met veel andere Noah’s of Julia’s in de klas zal zitten. Zelfs op één school is het aantal kinderen met dezelfde voornaam niet heel groot. Daarnaast zijn ouders vindingrijk in het vinden van een zeldzame naam voor hun kind, één op de tien kinderen krijgt tegenwoordig een voor heel Nederland unieke voornaam (in hun geboortejaar). Dat benadrukt het unieke karakter van het kind. Bij elkaar zijn er in Nederland meer dan 443.000 verschillende voornamen gedocumenteerd. Veel daarvan zijn afkomstig uit andere talen en culturen, en we vinden die ook in De Bilt. Maar door hun verscheidenheid halen ze de toplijsten niet, dat is het lot van uniek zijn.

Afbeelding
Afbeelding
Gerrit Bloothooft woont in Bilthoven en is als naamkundige na zijn pensionering als gastonderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht en het Meertens Instituut van de KNAW. Informatie over de populariteit, verspreiding en verklaring van voornamen is te vinden op de Nederlandse Voornamenbank (nvb.meertens.knaw.nl), publicaties op www.gerritbloothooft.nl.
Afbeelding