Portefeuillehouders Krischan Hagedoorn en Pim van de Veerdonk.
Portefeuillehouders Krischan Hagedoorn en Pim van de Veerdonk. foto Guus Geebel

Jeugdzorg krijgt alle aandacht van gemeente

26 maart 2025 om 12:00 Overig

De wethouders Pim van de Veerdonk en Krischan Hagedoorn vertelden op 19 maart in een vraaggesprek een en ander over de stand van zaken rond de jeugdzorg. 

advertentie

door Guus Geebel

De wethouders hebben sinds oktober wegens ziekte hun portefeuilles herverdeeld. ‘Jeugdzorg ging naar Krischan en hij is nu mijn vaste stand-in voor jeugdzorg binnen het sociaal domein. Ik ben daarin zijn stand-in voor Wmo en Participatie’, aldus Pim. 

‘Wij werken dus erg veel samen. De jeugdzorg doen we samen met collega-wethouders uit Zeist, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede, waarmee we het samenwerkingsverband Zuid-Oost Utrecht (ZOU) vormen. We kopen de meeste jeugdzorg gezamenlijk in en regelen tijdelijke opvang en verblijf. Waar het om specialistischere vormen van hulp gaat, doen we dat ook met meer gemeenten. Soms ontwikkelen we samen ook voorzieningen die we nodig vinden. Zo is er bijvoorbeeld een logeerhuis in Veenendaal waar we gebruik van kunnen maken. Aan ouders die bijvoorbeeld een zwaar gehandicapt kind hebben bieden we daar de mogelijkheid om op adem te komen.’

Problematiek

‘In De Bilt is Mens de partner van de gemeente, in feite onze uitvoeringsorganisatie waarbinnen in het Lichtruim ook het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) is ondergebracht. Het CJG heeft contact met de huisartsen, want veel problematiek komt via hen binnen. Er is een praktijkondersteuner huisartsen, die meer tijd heeft dan de huisarts om goed te kijken wat de goede oplossing is voor de vraag van de jongere of ouders. Daar wordt gekeken wat er speelt, wat de thuissituatie is, wat daar al gedaan is en hoe het sociale netwerk in de thuissituatie mede ingezet kan worden om de jongere daarbij te helpen. Ook op de scholen zijn contactpersonen. Groepsverband en collectiviteit vinden we heel belangrijk, dus wat kunnen we gezamenlijk met kinderen met vergelijkbare problematiek doen, dus bij voorkeur eerst groepshulp en pas in laatste instantie individuele hulp. Er worden steeds meer aanvragen voor jeugdhulp gedaan. Eén op de zeven jongeren in de gemeente krijgt jeugdhulp. We vinden dat kinderen en jongeren recht hebben op opgroeien zonder jeugdzorg. We willen andere hulp inzetten voor hun vragen.’ 

Verordening

‘De kosten voor de jeugdzorg zijn een openeinderegeling. Zorg moet geboden worden als dat nodig is. Het is niet zo dat het CJG altijd de doorverwijzing doet, 60 procent doen de huisartsen. We hebben bij verwijzingen van huisartsen geen zicht op welke hulp geboden gaat worden, we krijgen wel de rekening. We proberen door middel van de Verordening Jeugdhulp 2025 die op 30 januari jl. door de raad is aangenomen daar meer grip op te krijgen. Binnen de ZOU-gemeenten zijn wij de eerste en in heel Nederland de tweede die de verordening heeft aangenomen. We verwachten daarmee strakker te kunnen sturen op de afgifte van beschikkingen. De vraag is wanneer er echt jeugdzorg nodig is en wanneer er misschien ook andere oplossingen zijn. Jeugdzorgaanbieders moeten goed motiveren hoelang en hoeveel zorg nodig is. We zien dat beschikkingen worden gevraagd voor een periode van een jaar, dan komt een kind een jaar lang in een zorgtraject terwijl je halverwege wil weten of die zorg doelmatig is.’ 

Collectieve vormen

Hagedoorn: ‘Met de Verordening beperken we de duur van een indicatie tot maximum een jaar en maximum acht uur per week. De hulp gebeurt vanuit de inhoudelijke gedachte dat kinderen het verdienen op te groeien zonder jeugdhulp. We willen een beweging inzetten waarmee je veel meer een beroep doet op het kind zelf, de ouders, familie, de buurt, verenigingen, school, kerk, moskee of scouting, voordat doorverwezen wordt naar jeugdhulp. Op het moment dat we doorverwijzen willen we eerst kijken of collectieve vormen gebruikt kunnen worden omdat we denken dat jongeren in een groep beter geholpen kunnen worden. Daar zitten kinderen die min of meer hetzelfde meemaken. Daar kan een versnellend effect uit voortkomen. Pas daarna kijken we naar de individuele hulp.’

Giftige cocktail

‘Belangrijkste doelstelling is dat we onze kinderen gunnen dat ze geen jeugdzorg nodig hebben’, aldus Pim van de Veerdonk. ‘Niet elke hulpvraag hoeven we om te zetten in een zorgaanbod. Soms helpt een goed gesprek met ouders of iemand die daar dichtbij zit.’ Krischan Hagedoorn: ‘We voorzien dat de hervormingsagenda op gaat leveren dat we in vier, vijf jaar tijd op een andere manier gaan ondersteunen. Dus dat we vanuit het individuele naar het collectieve gaan, meer naar zorg, welzijn en preventie zodat we de noodzaak in een eerder stadium aan zien komen. Zo kan voorkomen worden dat iemand onnodig langdurig in de jeugdzorg valt en anderen langer moeten wachten. Wat ook goed werkt is Ouders Lokaal De Bilt, een platform voor en door ouders. Dat heeft als doel dat ouders of opvoeders het gewoon gaan vinden om met elkaar te praten over opvoeding en tevens ervaringen te delen om zo ook van elkaar te leren. Waar we nu mee te maken hebben is een soort giftige cocktail van individualisme, prestatiedruk ook door ouders en sociale media. Het beeld is tegenwoordig dat je alles zelf kunt bereiken en als dat niet lukt ligt dat aan jezelf.’

Kosten

‘Er wordt in deze gemeente veel gescheiden en dat gaat niet allemaal in pais en vree. Daar zijn de kinderen vaak de dupe van, vooral bij vechtscheidingen, schulden of verslaving.’ Pim merkt op dat wijkvereniging WVT veel doet voor de jeugd. Hagedoorn: ‘Wij vinden dat te veel kinderen in de jeugdzorg zitten, 1 op de 7 jongeren is veel te veel en daarnaast constateren we dat 4 op de 5 jongeren niet goed geholpen worden in de jeugdzorg. Elk kind verdient het buiten de jeugdzorg op te groeien. Dat is de drijfveer, daarbij willen we de jeugdzorg ook beschikbaar houden voor mensen die een en ander niet zelf kunnen regelen of betalen. Wij krijgen 9 miljoen euro van het Rijk. We gaven jaar in jaar uit 15 miljoen uit voor jeugdzorg, dat is gegroeid naar 19 miljoen. Daarmee komen allerlei andere kostenposten onder druk te staan. Naast de inhoudelijke prikkel is er ook de prikkel om het overeind te houden voor de mensen die het niet zelf kunnen betalen, maar we willen ook andere maatschappelijke voorzieningen niet onder druk zetten.’

Doelmatigheid

‘We moeten goed kijken naar de doelmatigheid van de middelen die we inzetten. Het is belangrijk om te weten dat college handelt vanuit de inhoudelijke drijfveer. We vinden het maatschappelijk niet te pruimen dat zoveel kinderen in de individuele jeugdzorg zitten en sommigen daarvan al vier jaar jeugdzorg krijgen zonder dat we weten of ze daar ook echt baat bij hebben. Vier jaar in de ambulante jeugdzorg, die daar niet voor bedoeld is. We kijken ook veel scherper of de middelen echt goed besteed worden. We hebben een toezichthouder bij de gemeente die bevoegd is in de boeken van de aanbieders te kijken en daar zitten wij kort op.’