
Toen Beerschoten nog niet van Het Utrechts Landschap was
7 maart 2025 om 09:00 Overig‘Het grootste deel is sinds 1966 eigendom van Het Utrechts Landschap. Diverse onderdelen zijn opgenomen in het register van rijksmonumenten’, vertelt de inmiddels 80-jarige Niebeek. ‘Ik kan het nog na vertellen; de meeste zijn ons al ontvallen’.
advertentie
Niebeek: ‘Mijn grootmoeder Reintje Brouwer-Veenendaal trouwde met Arend Brouwer. Opa Brouwer ging in 1887 als koetsier van de familie van Jonkheer Steengracht van Oostcapelle op Beerschoten werken. Mijn grootvader Cees Niebeek sr. werkte als tuinman op Beerschoten; zijn vader Toon en hijzelf als timmerman. De familie Brouwer kwam vanuit Velp op Beerschoten terecht. Mijn grootvader Arend Brouwer was dus de koetsier van de familie Steengracht van Oostcapelle. Deze functie heeft hij maar liefst ruim 50 jaar uitgeoefend. Zij kwamen op Beerschoten te wonen in een zijvleugel van het koetshuis. Daar had mijn grootvader de zorg over de vier rijpaarden van de familie en daarnaast zorgde hij ook voor de twee ezels. Ook Doeka, de hond van de familie Steengracht, was vaak bij mijn grootouders te vinden. M’n grootvader heeft als koetsier zelfs nog een half jaar met de familie Steengracht in Parijs doorgebracht’.
Kinderen
‘M’n grootouders kregen 11 kinderen. Om al die kinderen te kunnen huisvesten in dat kleine huis had hij de bovenverdieping, of beter de hooizolder, van het koetshuis in gebruik. Die zolder fungeerde als slaapkamer. Alle 11 kinderen sliepen daar. In de ene hoek bevonden zich twee 2-persoonstapelbedden voor de vier jongens en in de andere hoek stonden er drie 2-persoonsstapelbedden voor de zeven meisjes. Het geheel werd door een laken van elkaar gescheiden’.
Leed
‘Leed is mijn grootouders niet bespaard gebleven. Hun zoontje Gerrit, 9 jaar oud, is al spelend vanuit de Tuinstraatschool onderweg naar zijn huis op Beerschoten, ter hoogte van de Biltse hoek onder een vrachtwagen geraakt. Hij is op 29 september 1913 begraven naast de Dorpskerk in De Bilt. De familie Steengracht van Oostcapelle heeft toen gezorgd voor een monumentje, een gebroken kaars, op het graf van Gerrit. Tot op de dag staat dit monumentje nog naast de kerk in De Bilt. Opgemerkt zij nog dat de chauffeur van de vrachtwagen schuldig is bevonden aan het ongeluk en uiteindelijk tot een boete van 40 gulden en een gevangenisstraf van tien dagen is veroordeeld’.
Woonrecht
‘Door de familie Steengracht was officieel beschreven dat mijn grootouders tot aan de dood van mijn grootvader op de locatie aan het koetshuis mochten blijven wonen. Doordat mijn grootvader Brouwer op latere leeftijd dementie kreeg, was hij gedwongen elders te gaan wonen om zo van een goede verzorging verzekerd te zijn. Hij nam toen zijn intrek bij zijn oudste dochter Ger, die op de Hessenweg woonde. Uiteindelijk is hij toch nog thuis op Beerschoten in 1937 overleden. M’n grootmoeder is toen bij haar dochter Mien gaan wonen, ook op de Hessenweg. Daar is zij in 1941 overleden’.
Grootvader
Mijn grootvader Cees Niebeek sr. was tuinman op Beerschoten. Hij overleed relatief jong op 59-jarige leeftijd. Mijn vader Toon Niebeek was toen 8 jaar. Gevolg hiervan was dat mijn grootmoeder gedwongen was steeds op Beerschoten te verhuizen wanneer daar een woning leeg kwam. Mijn vader werd al op zeer jonge leeftijd gedwongen om als timmerman de kost voor het gezin te verdienen; eerst uitsluitend op Beerschoten en later ook elders toen hij bij bedrijven in De Bilt ging werken. Bijzonder is om hierbij aan te tekenen dat hij de enige timmerman was die bij de familie Roëll altijd alle timmerwerkzaamheden verrichtte. Hij was daar als het ware ‘kind aan huis’. Bij zijn begrafenis gaf mevrouw Roëll ‘acte présence’ om afscheid van haar Toon te kunnen nemen. Bijzonder is ook dat ikzelf later als timmerman ook vaak bij veel dezelfde families heb gewerkt, waar destijds ook mijn vader al over de vloer kwam’.
Fabriek Meijer en Greeven
De economische malaise, die zich rond de jaren ’20 van de vorige eeuw aandiende, liet ook de landgoedeigenaren niet ongemoeid. Ook zij moesten op zoek gaan naar mogelijkheden om hun inkomstenbronnen te verbreden. Er werkten toentertijd maar liefst 17 tuinlieden. Dit heeft wat Beerschoten betreft tot gevolg gehad dat er in het koetshuis inclusief enkele loodsen ernaast, een fabriek verrees: De Technische Metaalwarenfabriek van Meijer en Greeven. De fabriek startte op 1 mei 1920. Men kwam doorgaans bij dit bedrijf als ongeschoolde binnen en werd dan intern verder opgeleid. De productie bestond uit de fabricage van schroeven, moeren, bouten en metalen onderdelen. Daarnaast werden er ook hoogwaardige producten voor de scheepvaart en auto-industrie geproduceerd, zoals remcilinders voor vrachtwagens en radio-onderdelen. Deze activiteiten werden in eerste instantie door de familie Steengracht van Oostcapelle zelf mede gefinancierd. Een van de leden van de familie, namelijk Jan Willem, maakte daarom deel uit van de directie. Deze fabriek bood werk aan ruim 100 mensen. Bij de april-mei staking in 1943, die tegen maatregelen van de Duitse bezetters was gericht, staakten zelfs 125 werknemers.
Gesloten
In de jaren ‘70 lukte het niet langer meer om de concurrentie met Duitsland te kunnen weerstaan. De fabriek werd in 1976 gesloten. Een deel van de productie ging toen over naar V.H.S. in Hilversum. Toen in 1934 de eigenaar van Beerschoten - Joan Willem Steengracht van Oostcapelle - op 42 jarige leeftijd overleed, kregen alle werklieden in dienst van de familie een bedrag van 100 gulden per gewerkt jaar uitgekeerd. Beerschoten werd in 1965 verkocht door de familie Steengracht. Het grootste gedeelte van het landgoed kwam onder het beheer van het Utrechts Landschap (UL), dat na 1976 het koetshuis weer grotendeels in oude glorie herstelde. De meeste loodsen van de fabriek werden afgebroken en waar thans de beeldentuin van Jits Bakker zich bevindt, was ooit eerder de tennisbaan en de manege. Het koetshuis dient thans als bezoekerspaviljoen, inclusief een restaurant, van het UL om op deze manier de vele bezoekers op te vangen die Beerschoten dagelijks te verwerken krijgt.
Cees Niebeek heeft met ouders en grootouders jaren op Landgoed Beerschoten gewoond en gewerkt. Nu met name het Koetshuis weer helemaal in is dank zij het Utrecht Landschap duiken we nog eens in de geschiedenis van het landgoed.









