Afbeelding

Op ‘t bankje

Algemeen

Als mensen aan komen lopen probeer ik me soms aan de manier van lopen of hoe ze gekleed zijn een beeld te vormen hoe ze zullen zijn. Het leidt heel dikwijls tot verrassingen, want vaak blijken het heel andere mensen te zijn dan ik dacht. Sommigen zijn veel aardiger dan ik van tevoren dacht, anderen schat ik als heel vriendelijk in, maar blijken wat knorrig. Het heeft me geleerd dat je best een vooroordeel in gedachten mag nemen, maar een oordeel pas na de ontmoeting kan vormen. Over het echtpaar dat er aan komt heb ik ook zo mijn opvatting. Ze zien er gebruind, goed gekapt en gekleed uit en lopen met stralende gezichten. Mijn eerste gedachte is dat ze het heel goed met elkaar hebben getroffen. Ik denk dat ze regelmatig naar een warm land gaan en daar misschien wel een vakantiewoning hebben. Het zijn vast zakenlieden in ruste wordt mijn eindconclusie. De man en vrouw groeten vriendelijk. ‘We komen even bij u zitten als u het niet erg vindt’, begint de man. ‘Na een uurtje wandelen hebben we dat wel verdiend.’ Ik wacht even af of ze zelf met een praatje beginnen, maar als dat niet gebeurt vraag ik: ‘Jullie zijn zeker net terug van vakantie zo te zien aan die bruine gezichten.’ Ze beginnen gelijktijdig te glimlachen. ‘Het meeste is van de zonnebank’, zegt de vrouw. ‘Mijn dochter heeft een zonnestudio en daar gaan we af en toe bij bruinen. We houden allebei niet van verre vakanties en zijn het liefst in Nederland, maar we krijgen op deze manier wel het kleurtje dat meer bij een verre bestemming hoort.’ Mijn eerste gedachte bleek dus weer eens niet te kloppen. ‘Wij wandelen en fietsen veel en dat is voor ons genoeg’, zegt de man. ‘Daar worden we ook wel bruin van, maar bij haar dochter houden we het een beetje bij.’ Hij ziet mij een beetje verbaasd kijken en merkt dat hij wat moet uitleggen. ‘Ja, ik zeg háár dochter, want stiefdochter vind ik een vreselijk woord. Dat heb ik misschien nog uit de tijd van toen ik klein was en sprookjes voorgelezen kreeg waarin stiefmoeders voorkwamen die altijd eng waren. Maar voor de duidelijkheid, wij zijn nog maar een half jaar met elkaar getrouwd. We hebben allebei in dezelfde periode onze partner verloren en zijn elkaar toevallig tegengekomen.’ Hij zwijgt en op het gezicht van de vrouw verschijnt een lichte glimlach. De man kijkt vertederd naar haar. ‘Ja, het klinkt een beetje raar, maar we hebben elkaar op het kerkhof leren kennen. Haar man en mijn vrouw liggen dicht bij elkaar begraven. Toevallig gingen we allebei meestal op zondag even naar het kerkhof en zo is het begonnen. Eerst over en weer een kopje koffie, toen af en toe samen wat fietsen of op de vrije treindag naar een stad en een museum bezoeken. De dochter van Ellen vond het geweldig en moedigde het ook aan, want ze zag haar moeder weer wat vrolijker worden.’ Hij zwijgt en ze kijken elkaar weer liefdevol aan. ‘Mijn dochter heeft eigenlijk de doorslag gegeven. Die zei tegen ons, waarom gaan jullie niet samenwonen. We hadden allebei een behoorlijk grote woning dus kon het ook gemakkelijk. André wilde het alleen als we ook gingen trouwen. Ja, hij heeft me ook echt ten huwelijk gevraagd en daar hoefde ik niet lang over na te denken. We hebben toen onze huizen verkocht en wonen nu fantastisch in een ruim appartement dat we samen hebben ingericht en waar we gelukkig zijn. Wat ons betreft mag het leven nog heel lang duren.’

Maerten 

!