Afbeelding

Op ’t bankje

Algemeen

Energiebesparing en het klimaat leven bij de jonge generatie begrijp ik al gauw van de man die bij me is komen zitten. Zijn zoon Roy van twaalf is er heel erg mee bezig. ‘Natuurlijk moet ik het meeste faciliteren maar ik ben best trots op hem’, zegt de man. ‘Ik heb al zonnepanelen op het dak en hij houdt heel goed bij wat het aan stroom oplevert. Vroeger hingen er in mijn slaapkamer posters van voetballers, bij hem hangt een groten poster van Greta Thunberg aan de muur. Een jonge populaire leraar bij hem op school besteedt er veel aandacht aan en zijn enthousiasme werkt heel aanstekelijk. Ze werken in groepjes ideeën uit die ze zelf bedenken. Daar maken ze dan video’s van die ze thuis kunnen laten zien. Met Kerstmis hadden ze een project om de lampjes van de kerstboom te laten branden door te fietsen. Toen een fietsenhandelaar gevraagd werd of hij het project wilde sponsoren was hij meteen enthousiast en heeft het met vijf leerlingen begeleid. Een tuincentrum leverde de kerstbomen en de lampjes. Er kwamen drie geschikt gemaakte fietsen te staan. Door te fietsen gingen door een dynamo niet alleen de lampjes branden, maar werd tegelijkertijd een accu opgeladen. Ze konden pauze houden en alles bleef branden. Het was ook nog een bewegingsoefening.’ Ik merk dat hij door het enthousiasme van zijn zoon anders tegen energiebesparing en klimaatontwikkelingen aankijkt. Ik begrijp dat de leraar de jongens en meisjes goed weet te boeien. ‘We hebben ook de tegels uit de tuin weggehaald, want ook biodiversiteit heeft alle aandacht van Roy. Er hangt een bijenhotel en er staan allemaal bloemen in de tuin waar bijen van houden. Ze zijn ook al een keer bij een imker geweest maar een eigen bijenkorf hebben we nog niet. De ouders van een klasgenootje van Roy hebben een volkstuin waar ze allerlei groenten telen, alles biologisch. Roy is daar vaak en helpt dan mee. Dan komt hij thuis met enthousiaste verhalen en brengt een maaltje groente mee.’ Ik vraag of zijn zoon ook met duurzaamheid bezig is. ‘Nou en of, ook wil hij dat voedselverspilling wordt aangepakt, want we gooien in Nederland een derde van ons voedsel weg terwijl op andere plekken in de wereld honger wordt geleden. Dat vindt hij heel erg. Afvalscheiding vindt hij ook belangrijk en over de plastic soep in de zeeën en oceanen maakt hij zich ook ongerust.’ De man vertelt dat hij ervan overtuigd is dat een goede leraar die de kinderen op een betere wereld voorbereidt voor kinderen heel belangrijk is. ‘Op zijn school zitten ook een paar leerlingen uit Oekraïne. Roy vindt het heel erg dat kinderen uit hun vertrouwde omgeving hebben moeten vluchten en dat scholen gebombardeerd zijn. Zijn klas maakt zich daar ongerust over en ze kunnen zich moeilijk voorstellen dat steden verwoest worden. De gasontploffing in Bilthoven vond Roy al zo erg. Als je dan de beelden uit Oekraïne ziet begrijpt hij niet dat mensen daartoe in staat zijn.’ De man vertelt dat kinderen in deze tijd wel erg veel op hun bordje krijgen. ‘Door internet en de sociale media zie je meteen als ergens iets ergs gebeurt.’ Ik zeg dat ze daar nu wel van kleins af aan mee opgroeien en dan weet je niet beter. ‘Kinderen van een jaar of tien kunnen zich nu al niet meer voorstellen dat je vroeger overal mocht roken en je auto kon parkeren. Als je vijfentwintig jaar geleden gezegd zou hebben dat telefoneren en elkaar ook zien mogelijk zou worden werd je niet geloofd. Nu vinden we het heel gewoon.’

Maerten 

!