Logo vierklank.nl
<p><em>De zgn. nieuwe loswal, gezien vanaf de Koningin Wilhelminaweg. Het was een beklinkerde opslagplaats langs een met basalt en steenslag verharde weg. Menigeen nu zou het houden voor een autoparkeerplaats. (foto Wim Hoebink, m.m.v. Hist. Vereniging Maartensdijk)</em></p>

De zgn. nieuwe loswal, gezien vanaf de Koningin Wilhelminaweg. Het was een beklinkerde opslagplaats langs een met basalt en steenslag verharde weg. Menigeen nu zou het houden voor een autoparkeerplaats. (foto Wim Hoebink, m.m.v. Hist. Vereniging Maartensdijk)

(Foto: )

Historische losplaats aan de Koningin Wilhelminaweg

Rijdend vanuit Groenekan richting Maartensdijk, een paar honderd meter voorbij de verkeersllichten, ligt ten westen van de Koningin Wilhelminaweg een mooi bestrate parkeerplaats: voorheen (vanaf 1925) een loswal voor platte schuiten vanuit Utrecht richting Maartensdijk.

door Henk van de Bunt

De reconstructie van diezelfde Koningin Wilhelminaweg is gestart. Omwonenden en andere belangstellenden vroegen zich af of de gemeente De Bilt kennis heeft van het historisch belang van de voormalige losplaats; het Groenekans Landschap trok aan de gemeentelijke bel. Woordvoerder Sander van Oorspronk antwoordt nog dezelfde ochtend: ‘Ik heb contact gehad met de projectleider van de werkzaamheden; die heeft daarop spoedoverleg gehad met de uitvoerders van de werkzaamheden en de plannen zijn daarop aangepast. Om de loswal te beschermen is er voor gekozen er omheen te werken. Dat betekent dat de uitvoerders het asfalt eromheen losfrezen en vervangen, maar de oude klinkers/bestrating van de loswal ongemoeid laten’. Van Oorspronk is zo sportief de vragenstellers te bedanken: ‘We hebben hierdoor net op tijd een aanpassing kunnen doen. De gemeente gaat met omwonenden de komende tijd in gesprek over snelheidsbeperkende maatregelen’. 

Omgevingsvisie
Wat had er mis kunnen gaan. Woordvoerder Frits Jansen van het Groenekans Landschap vertelt: ‘Onze adviseur vertelde, dat de gemeente De Bilt bezig is met een omgevingsvisie, de basis voor nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen. De cultuurhistorische basis hiervan moet een geactualiseerde cultuurhistorische waardenkaart zijn: een kaart met alle bijzondere cultuurhistorische plekken in onze mooie gemeente. Helaas moet de gemeente De Bilt het doen met een meer dan 10 jaar oude waardenkaart, een waardenkaart waarvan het bestaan nauwelijks meer bekend, zeer onvolledig en niet geactualiseerd is. Hoe wil je ergens in de gemeente plannen ontwikkelen zonder kennis van het cultuurhistorische verleden en hoe voorkom je dat cultuurhistorie door onbekendheid en onwetendheid verloren gaat? Ons inziens alleen met een breed gedragen en verspreide geactualiseerde waardenkaart, die te vinden is bij de gemeente De Bilt, de historische verenigingen en het online museum De Bilt’. 

Waarde
De Cultuurhistorische waardenkaart (van de) gemeente De Bilt is inderdaad van 2011 en het valt op dat de loswal langs de Koningin Wilhelminaweg daar niet wordt genoemd: ‘Loswallen of losplaatsen onderstrepen de lokale economische betekenis van de betreffende waterloop. Ze zijn als relict van dit economisch verleden van lokale cultuurhistorische waarde. De loswallen zijn ontstaan aan trekvaarten. Ze worden vooral in gecultiveerde veengebieden aangetroffen. In de 20ste eeuw verloren de meeste loswallen hun functie aan het wegverkeer. Sommige losplaatsen zijn verdwenen, andere zijn nog herkenbaar’. 

Stank
In een artikel in het tijdschrift van de Historische Vereniging St. Maerten in december 1990 verhaalt Wim Hoebink over de loswal langs de Koningin Wilhelminaweg als vervanger van een loswal op de hoek van de Ruigenhoeksedijk en de Koningin Wilhelminaweg in Groenekan in 1924 door toenmalig burgemeester C. van der Voort van Zijp: ‘De burgemeester kwam te wonen in een ambtswoning in Voordaan (Groenekan). Dagelijks liep hij getooid met een donkere hoed en voorzien van een wandelstok in rustige tred naar de bushalte aan de straatweg. Vandaar vertrok hij dan tegen tienen naar zijn gemeentehuis in Maartensdijk. Vanaf de bushalte had hij telkenmale zicht op de loswal en het nabij gelegen woonhuis van de familie Hoogendoorn. Huis en tuin waren tot in de puntjes verzorgd, maar de wal oogde met zijn slordige stapels rommelig en rauw. Het moest voor de bewoners een hinder zijn. Hij liet het niet bij de constatering van een schril contrast. Op een dag zag hij vanaf de halte de vrouw des huizes ramen lappen. Hij stak de polderbrug over en sprak haar aan. In dit gesprek bleek dat niet zozeer de aanblik van de loswal de familie deerde. Het was veel meer de alles doordringende stank van de regelmatig aanwezige geopende gierschuiten. Die stank was de Hoogendoorns een gruwel. Conform zijn minzame aard zegde de burgervader toe de loswal binnen afzienbare tijd te doen verdwijnen. Het was geen loze belofte, want er zat al schot in de zaak. In de raadsvergadering van 6 februari 1925 deed de voorzitter terzake de mededeling dat de heer C. W. Th, van Boetzelaer uit De Bilt bereid was gevonden aan de vaart 300 m2 grond af te staan tegen de prijs van ƒ2,00 per m2. De onderhavige weidestrook was gunstig gelegen t.w. tweehonderd meter ten noorden van de Groenekan. Er was daar (nog) geen bewoning. Niemand zou dus hinder hebben van stank of verkeer ter plaatse. Zonder ook maar een ogenblik te aarzelen besloot de gemeenteraad met dit aanbod in te stemmen’. 

Beklinkerd
‘Gemeenteopzichter K. Koornwinder kreeg opdracht het bestek voor de nieuwe wal gereed te maken. Het zou een nauwkeurige beschrijving moeten bevatten van drie onderdelen: een beklinkerde strook van 100 meter lang en drie breed, een uitlegging van de vaart in westelijke richting volgens dezelfde afmetingen en een betonnen beschoeiing. Nog in diezelfde maand keurde Gedeputeerde Staten de aankoop van de grond goed. Het bestuur van het waterschap liet in mei terzake een aankondiging ophangen waarin bekend werd gemaakt, dat de scheepvaart in de Groote Vaart ten noorden van de Groenekan in juni en juli gestremd zou zijn. In oktober kon de nieuwe loswal in gebruik worden genomen. De investering van bijkans ƒ6000, - moest er weer uitkomen. Vandaar dat tenslotte nog een verordening werd gemaakt tot heffing van rechten voor het gebruik van deze openbare voorziening. Deze rechten bedroegen ƒ0,10 per m2 voor de eerste twee etmalen en ƒ0,15 per m2 voor ieder volgend etmaal’. 

Meer berichten