Logo vierklank.nl
<p>Lakenvelders op Oostbroek, runderen met cultuurhistorische waarde. <em>(foto Jacqueline van Dam)</em></p>

Lakenvelders op Oostbroek, runderen met cultuurhistorische waarde. (foto Jacqueline van Dam)

(Foto: )

Levend erfgoed

Lakenvelder runderen en landgoederen zijn al eeuwenlang onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze horen bij elkaar, zoals het strand bij de zee. Waarom dat is lees je in dit fictieve dagboekfragment van Cato Wellink uit 1838.

C’s unie journee ensoleillee d’automne (het is een zonnige herfstdag, red.). Eerder dit jaar is in Amsterdam Artis opgericht met als doel ‘het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie’. Ik heb een grote voorliefde voor la nature in al haar facetten. Het blad begint langzaam te verkleuren aan de bomen. De boeren zijn druk bezig met de laatste oogst binnen te halen. Ik verheug me op mijn logeerpartij bij ma cousine sur le magnifïque domaine Oostbroek (mijn nicht op het prachtige landgoed Oostbroek, red.).

Aan het einde van de slingerende oprijlaan stopt mijn rijtuig voor het statige hoofdhuis, dat uitkijkt op de weidse landerijen richting de Jacobssteeg en de Biltsche Grift. In de verte hoor ik een vlucht kolganzen over trekken. Aan de voorzijde bij het huis staat het vee nog te grazen. Er is nog voldoende voedsel voor hen in het kruidenrijke gras, al zal het niet meer zo lang duren voor de boer ze naar de potstal haalt. De stalmest zal dan in het voorjaar weer over de akkers worden verspreid.

De voordeur gaat open en met bijna ongekende vrolijkheid word ik warm onthaald. ‘Mon cheri, ma cousine Cateau est arrivée!’ (Mijn lief, mijn nicht Cato is gearriveerd, red.) Eigenlijk heet ik Cato, maar ik vind het fijn dat ook mijn nicht waarde hecht aan de Franse uitspraak. Mijn nicht en haar echtgenoot leiden mij naar de salon, waar heerlijk geurende thee ons opwacht. Ik vertel hen hoe bevoorrecht ze zijn om op deze locatie te wonen, want ook aan de achterzijde is het verstrekkende uitzicht fantastisch. De gastheer belooft mij straks een wandeling op het landgoed te gaan maken. Daar kijk ik enorm naar uit.

We hebben elkaar al lange tijd niet gesproken, dus het wordt uiteindelijk pas na le déjeuner (lunch, red.) dat we naar buiten gaan. Al wandelend zien we nog een paar laatboeiende heesters. Onder de bomen laat zich een aantal fraaie paddenstoelen aanschouwen. De geur van herfst zit duidelijk in de lucht. Een eekhoorn schiet snel de boom in. J’adore de runderen aan de achterzijde van het landgoed, de lakenvelders. Ik herken ze van de middeleeuwse schilderijen. Het verwondert me hoe het mensen gelukt is om de reusachtige oeros zo te domesticeren en te fokken, dat zich een strak belijnd ‘wit laken’ over de middenhand aftekent. Mon cousin (mijn neef, red.) is duidelijk gecharmeerd van mijn loftuitingen. Hij vertelt dat de oeros zo’n acht keer zwaarder was dan een hedendaagse stier. Zijn keuze voor deze zogenaamde kasteel- of parkrunderen was vanwege hun uiterlijk. Smaak heeft hij well Maar ook omdat ze zowel melk als uitstekend vlees leveren. ‘Dat laatste kan wel zo wezen Matthieu Cornelis Ooster’, zeg ik lachend, ‘maar laat mij er maar gewoon naar kijken en genieten’.

Als gevolg van de Rundveeverordening van 1950 dreigde de genetische diversiteit van de (vaak streekgebonden) oude runderrassen bijna verloren te gaan. Want een aantal soorten produceert ‘onvoldoende’ melk of vlees voor de toen sterk toegenomen vraag.

De lakenvelder is een zogenaamd tweedoelenras (melk- en vleesproductie). Nog net op tijd werd de cultuurhistorische waarde van deze soort erkend, waardoor het kon worden behouden. Dit geldt trouwens ook voor de brandrode runderen op het nabijgelegen landgoed Sandwijck. Daarnaast hebben deze runderen ook een ecologische waarde. Op de mest van de zeldzame rassen komen insecten af, die weer gegeten worden door vogels, reptielen en amfibieën. De koeien vertrappen stukken land; dankzij de ‘hoogteverschillen’ ontstaan hierdoor microklimaten in het land. Ook laten de lakenvelders sommige kruidplanten staan. Vele soorten insecten, zowel in als op de bodem, profiteren hiervan. Hier beleef je de natuur in optima forma.

Jacqueline van Dam, 

Boswachter Publiek Utrechts Landschap

Meer berichten