Logo vierklank.nl
Foto:

Herdenking Japanse capitulatie weer met deelnemers

Zondag 15 augustus vond bij het oorlogsmonument naast gemeentehuis Jagtlust de 76ste herdenking van de capitulatie van Japan plaats. De capitulatie betekende in Nederlands-Indië dan wel het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar de gevolgen van de Japanse bezetting laten tot op de dag van vandaag voor velen hun sporen nog na.

door Guus Geebel

Rómulo Döderlein de Win van het herdenkingscomité heet de aanwezigen hartelijk welkom op deze herdenking die er door de Covid19-maatregelen anders uitziet dan andere jaren. Hij heeft een bijzonder woord van welkom voor de Utrechtse commissaris van de Koning Hans Oosters. De muzikale omlijsting bij de herdenking werd verzorgd door het harmonieorkest Kunst en Genoegen uit Maartensdijk onder leiding van John Leenders. Esmee Aarsman blies het signaal Taptoe. 

Zwijgen
Voor burgemeester Sjoerd Potters voelt het goed na een jaar van beperkingen weer deelnemers aan de herdenking te kunnen begroeten. ‘Vorig jaar konden we het grote leed en het gemis van dierbaren alleen via een beeldscherm met elkaar delen. Toch was het goed dat we ook toen stilstonden bij de Japanse bezetting en de onafhankelijkheidsstrijd die daarop volgde, wat vaak de vergeten oorlog wordt genoemd. De Bersiaptijd betekende voor veel mensen opnieuw angst, ontbering, honger, vernedering en onvrijheid.’ De burgemeester weet dat deze gebeurtenissen tot op de dag van vandaag de levens van de slachtoffers tekenen. ‘Hun kinderen werden geconfronteerd met het grote zwijgen omdat de gebeurtenissen kennelijk te erg waren om over te praten. Vaak is het pas de volgende generatie van kleinkinderen die vragen durft te stellen. Dankzij hun onbevangen vragen kan er opeens wel gepraat worden. Indrukwekkende verhalen worden dan zichtbaar.’

Woorden
‘Over de oorlog in Indië en de verschrikkingen daarna is nog heel veel onbekend. Bij het monument staat tijdens deze herdenking een beeldje van Nancy Echter dat staat voor veel van die verhalen. Het herinnert ons aan alle vrouwen en moeders die nooit een medaille kregen, maar die, in de woorden van mevrouw Echter, de eigenlijke helden waren in die oorlogsjaren. Zij beschermden hun kinderen en spaarden het eten uit hun eigen mond om ze te kunnen voeden. Zij brachten ze groot tot waardige mensen en zorgden na de oorlog vaak voor hun getraumatiseerde mannen. Woorden kunnen ontwapenen. Woorden helpen ons om te begrijpen hoe oorlog mensenlevens tekent van degenen die de oorlog meemaakten en van de generaties daarna. Als we dat begrijpen, begrijpen we des te meer hoe belangrijk het is om de vrede met elkaar te blijven bewaren.’

Verlof
Jim Grondhuis houdt een verhaal over de ervaringen van zijn ouders tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. Hijzelf werd in 1950 op het schip Atlantis geboren toen zijn ouders Lex en Toos Grondhuis met hun gezin naar Nederland voeren. Zij waren geboren op Java. Hun vaders waren van Hollandse komaf en hun moeders van de eilanden Ambon en Saparua. Jim’s vader werd op zijn tweede jaar wees, zijn moeder rond haar dertiende. ‘Mijn moeder was al tweemaal in Nederland geweest voordat ze mijn vader ontmoette. De eerste keer was op groot verlof naar Nederland. Tijdens dit verlof overleed haar vader. ‘Mijn moeder ging met haar broer en moeder terug naar Nederlands-Indië waar mijn ouders elkaar leerden kennen. In juni 1941 trouwden ze. ‘Twee wezen die elkaar het ja-woord gaven.’

Steun
Als op 8 maart 1942 het KNIL capituleert komt Jim’s vader als KNIL militair in een kamp terecht. Zijn moeder werd buitenkampster. ‘Mijn ouders hadden bij hun uit elkaar gaan de afspraak gemaakt elke avond om 8 uur in gedachten bij elkaar te zijn als in een soort gebed. Dat heeft ze door de oorlog heen geholpen.’ Jim Grondhuis vertelt dat zijn ouders de oorlog nooit voor hun kinderen hebben verzwegen. Zijn vader vertelde alles met een lach en een traan. Ook dat hij en zijn kameraad Thijs Baardman in Tjimahi voor hun geliefden een liedjestekst hadden gemaakt die ze allebei kracht en steun gaf. Jim Grondhuis leest de tekst voor. ‘We kregen ook te horen hoe onze moeder zich buiten het kamp staande heeft gehouden.’ 

Terug
‘Na de moeilijke periode van de Bersiap en alle ontwikkelingen die daarop volgden besloten mijn ouders om naar het land van onze grootvaders te vertrekken. In Nederland werden we, net als vele andere Indische mensen, van het ene contractpension naar het andere gestuurd.

Jim Grondhuis vertelt over de ervaringen in de verschillende contractpensions waar ze, behalve over het laatste pension, geen goed woord voor over hadden. ‘Ik hoef u waarschijnlijk ook niet te vertellen dat deze contractpensions absoluut niet gratis waren. Daar werden vaak woekerwinsten gemaakt ten koste van de bewoners.’

Indische gemeenschap
In het voorjaar van 1952 kreeg het gezin het eerste echte huurhuis in Amersfoort. ‘Mijn vader was van de KNIL overgegaan naar de landmacht bij de Geneeskundige dienst en uiteindelijk afgezwaaid als adjudant- onderofficier bij de luchtmacht in Huis ter Heide.’ Jim Grondhuis heeft mooie herinneringen aan het ouderlijk huis waar regelmatig muziek werd gemaakt, gezellig werd gegeten met familie of vrienden en gezellige feestjes werden gehouden. 

‘Er was in Amersfoort sprake van een hechte Indische gemeenschap.’ Hij noemt echter ook
de ronduit slechte manier waarop Nederland is omgegaan met de kwestie van de niet uitbetaalde soldij. ‘Onze vader heeft drieënhalf jaar in het kamp gezeten en heeft over die tijd geen cent ontvangen. Met hem zijn vele anderen ook het slachtoffer van de opstelling van de overheid geworden. Tot op heden is er nog steeds geen goede, bevredigende oplossing voor gevonden.’

Kranslegging
Na de toespraken legde Commissaris van de Koning Hans Oosters samen met Mireille Lópes Ledesma-Toonen namens de provincie Utrecht de eerste krans bij het monument. Vervolgens legden burgemeester Sjoerd Potters en echtgenoot Tony van Maanen namens het gemeentebestuur een krans. Jim Grondhuis en zijn partner Ada Bunnik legden een krans waarin 76 rozen en een witte roos waren verwerkt. Na het Taptoesignaal en een minuut stilte speelt Kunst en Genoegen twee coupletten van het Wilhelmus. Daarna gaat de halfstok hangende vlag in top. Sera de Groot van het herdenkingscomité dankt alle aanwezigen waaronder hoofdkrijgsmachtraadsman Erwin Kamp, waarna door deelnemers meegebrachte bloemen bij het monument werden gelegd.

Meer berichten