Logo vierklank.nl
De ooievaar is een jaarrond aanwezige soort in het Noorderpark
De ooievaar is een jaarrond aanwezige soort in het Noorderpark (Foto: )

Watervogels tellen in het Noorderpark

door Walter Eijndhoven

Al meer dan een kwart eeuw is vogelaar Wigle Braaksma uit De Bilt te vinden in het Noorderpark, het gebied rondom de dorpen Westbroek en Tienhoven. Altijd bezig met zijn geliefde hobby, vogels tellen. Zijn verrekijker en fiets bij de hand, net als pen en papier waarmee hij alles registreert.

‘Inmiddels ben ik wel een lokale bekendheid bij veel wandelaars, fietsers en bewoners van het Noorderpark’, vertelt Wigle. ‘Zo vreemd is dat natuurlijk niet. Al 27 jaar lang tel ik hier maandelijks alle foeragerende en rustende watervogels. Of het nu twintig graden onder nul is met een dik pak sneeuw, met 35 graden in de zomer of in de herfst met regen of mist’. Ik ben hier maandelijks één of twee dagen bezig met het tellen van (water-)vogels.

Vader
De vader van Wigle, Sjoerd Braaksma, was een bekend ornitholoog en deed veel aan vogel- en vleermuizenonderzoek in Nederland. Aan vogels tellen en ringen, maar ook aan voorlichting, publicaties en beschermingswerk was hij gemiddeld honderd uur per week kwijt. Pas op elfjarige leeftijd begon ook Wigle zich te interesseren voor vogels. Alhoewel geen professioneel ornitholoog, is ook hij als amateur een groot deel van de week kwijt aan zijn grote passie.

Vogels

Wigle: ‘Mijn liefde voor de natuur begon pas toen ik ongeveer elf jaar was. Ik wilde alles weten over alle dier- en plantsoorten plus hun ecologische randvoorwaarden . Niet alleen vogels, maar ook zoogdieren, amfibieën, planten, insecten en mollusken (een soort slakken) hadden mijn grote interesse. Al snel kwam ik erachter dat dit een ondoenlijke zaak was en besloot ik mij op vogels toe te leggen. En ook dat is een groot gebied. Wereldwijd zijn circa 10.000 soorten bekend’. Vol passie stortte Wigle zich op de watervogels: futen, aalscholvers, reigers, sterns, meeuwen, steltlopers, zwanen, ganzen en eenden. Via Sovon Vogelonderzoek Nederland doet hij mee aan diverse telprojecten.

Lek

‘In 1967 startte ik met het tellen van watervogels’, vertelt Wigle. ‘Met mijn vader telde ik vogels op de Lek, tussen Schoonhoven en Wijk bij Duurstede. Grote zaagbekken, nonnetjes, kleine zwanen, je kwam daar van alles tegen. Toen dacht ik: ‘Dit wil ik vaker doen. Mijn vader deed vogel- en vleermuizenonderzoek in alle delen van Nederland, maar heeft relatief veel veldwerk gedaan op kleine (onbewoonde) waddeneilandjes (Rottumeroog, Rottumerplaat en Griend) en het natuurreservaat Mensinge in Drenthe. Hij was mijn eerste leermeester en grote inspiratiebron rond onderzoek, bescherming en genieten van wilde vogels’.

Midwintertelling
Wigle nam als vogelteller deel aan de vier grote vogel-atlas-projecten van Sovon, maar startte in 2004 met het jaarrond tellen van watervogels in het Noorderpark. Wigle: ‘Vanaf 1994 telde ik als Sovon-vrijwilliger al watervogels in het Noorderpark in de maanden september tot maart. Daarnaast was ik destijds als regio-coördinator voor Sovon actief bij de organisatie en verwerking van maandelijkse ganzen- en zwanentellingen en de jaarlijkse midwintertelling van watervogels in de regio Utrecht. In 2003 verkreeg een deel van het Noorderpark (Oostelijke Binnenpolder, Gagelpolder, Molenpolder, Bethunepolder en de polders Achttienhoven en Westbroek) een nieuwe status: Natura-2000. Op verzoek van Sovon om het Noorderpark jaarrond te gaan tellen, reageerde ik positief met aangekondigde stop van mijn coördinatierol’.

Jaarrond
Vanaf 2004 telt Wigle jaarrond (maandelijks) zes deeltelgebieden binnen het Noorderpark. Leuke gebieden met veel vogelsoorten. Het hele jaar door telt hij watervogels in deze zes gebieden. ‘Meestal ga ik alleen op pad, tijdens de 65 kilometer lange route en ik stop op circa zevenhonderd plekken om te tellen en registreren’, vertelt Wigle. ‘Af en toe gaat er wel eens iemand mee, maar echt gezellig ben ik dan niet. Het werk gaat voor hè? Tijdens de hele tocht ben ik gericht bezig met het zoeken naar vogels en het afspeuren van water- en weidegebieden. Vaak met leuke resultaten, want het Noorderpark bevat diverse biotopen, met ieder haar eigen vogelsoorten’.

Bok
Wigle telt zijn toegewezen telgebied heel grondig. ‘Een vogelsoort als de bok (een snipje) is moeilijk te vinden, “je moet er bijna op staan, wil zo’n vogel wegvliegen”, dus daar gaat veel werk in zitten. Ook het tellen van watersnippen is lastig. Er komen meer watersnippen voor in mijn gebied dan ik registreer, dus deze soort wordt zwaar onder-teld. Eenmaal kwam tijdens zo’n telling een havik langs en vlogen meer dan 300 watersnippen op’. Helaas ziet Wigle in de loop der jaren ook achteruitgang van diverse vogelsoorten, zoals minder weidevogels (slobeend, zomertaling, grutto, watersnip, veldleeuwerik, graspieper) en de achteruitgang van woudaap (een reigerachtige) en de grote karekiet (een rietvogel).

Ondanks de teruggang van diverse vogelsoorten door onder andere klimaatverandering, kent deze ook haar goede kanten. Vanuit Zuid-Europa bereiken diverse nieuwe broedvogelsoorten ons land, waaronder grote zilverreiger, cetti’s zanger en bijeneter. Wigle: ‘Mede door recente en versnelde klimaatveranderingen worden ook de ontwikkelingen van vogelpopulaties beïnvloed. Spannend hoe deze ontwikkelingen zullen verlopen. Met vogeltelwerk kun je het verschijnen en verdwijnen van onder meer Biltse (broed)vogels volgen en documenteren’.

Meer berichten