Logo vierklank.nl
Een foto uit 1905; tolhuis gezien vanuit noordelijke richting. (foto Henk Kuus)
Een foto uit 1905; tolhuis gezien vanuit noordelijke richting. (foto Henk Kuus) (Foto: )

Onbekend Tolhuis

door Henk van de Bunt

In een artikel over oorlog en bevrijding in Lage Vuursche in de Vierklank van vorige week maakten we kennis met de broers Bart en Henk Kuus. Ze zijn geboren en opgegroeid in het tolhuis aan de Vuurscheweg 1 in Bilthoven. Wanneer je de broers er naar vraagt beschikken zij niet over (geschreven) verhalen over hun geboortehuis. Lokale deskundigen als Anne Doedens en Koos Kolenbrander kunnen tipjes van de sluier oplichten. 

Anne Doedens vertelt op een inmiddels geplaatste plot op het Online Museum De Bilt: ‘Zeker is, dat er al in 1868 tol werd geheven; ‘De tol aan de weg van Den Dolder naar Maartensdijk (…) stond aan dc kruising bij de Vuursche Steeg, op het grondgebied van De Bilt. Als tolgaarder woonde daar de famílie Kuus. In de volksmond werd het dan ook ‘de tol van Kuus’ genoemd. Het was een dubbele tol. (…) De pacht die de familie Kuus moest betalen, werd in 1887 verhoogd naar f 300,00 per jaar. Van de tolopbrengst zijn geen gegevens bekend. Voor een bespannen wagen met één paard betaalde men 7 1/2 cent en voor ieder paard meer en voor een aangespannen ezel of muilezel 5 cent. Wandelaars en fietsers hoefden niets te betalen. Als bijverdienste had de familie Kuus een stalletje geplaatst (….) tegenover het tolhuisje.’ (…) 

De tol was - anders dan de andere twee tollen op het grondgebied van de ‘oude’ gemeente De Bilt die in 1929 werden opgeheven - volgens ooggetuigen nog in 1936 in bedrijf. Naar verluidt, zouden de Duitsers de tol in 1943 hebben opgeheven.

Anekdotes
Koos Kolenbrander vindt een krantenartikel van woensdag 18 juni 1986 in het Utrechts Nieuwsblad/NZC, waarin gewag wordt gemaakt van de voorliefde van de Bilthovense longarts C.D. Laros voor verhalen over tolhuizen. Laros spreekt daarin de wens uit alle anekdotes e.d. over de plm. 100 tolhuizen in de provincie Utrecht te verzamelen, te bundelen en in boekvorm uit te geven. Of dit ooit is gerealiseerd is niet te achterhalen.

In dat artikel is het (voormalige) tolhuis aan de Vuursche Steeg zelfs afgebeeld. Elke verdere beschrijving ontbreekt. 

Derde Tol
In een artikel in De Biltse Grift van december 2003 spreekt L. Koops zijn verbazing uit over de (on-)bekendheid van tollen (tolhuizen) in De Bilt: ‘Met bijzondere belangstelling heb ik het artikel ‘Het Oude Tolhuis in De Bilt’ gelezen. Daarin worden onder andere twee tollen op de Soestdijkseweg binnen de oude gemeente De Bilt beschreven: die bij het nog bestaande tolhuis tegenover de Groenekanseweg en de tweede bij het vroegere restaurant ‘De Oude Tol’. Maar De Bilt had binnen zijn grenzen nog een derde tol, die echter nergens wordt genoemd. En het (tol-)huis daarvan is er nog steeds. Het staat bij het kruispunt Maartensdijkseweg - Vuurscheweg’.

Gebroken boom
Koops vervolgt: ‘Wie destijds van dat kruispunt via de Vuurscheweg naar de Soestdijkseweg wilde, of andersom, moest tol betalen. Nu is de Vuurscheweg ter plaatse van de voormalige tol voor gemotoriseerd verkeer afgesloten. Zoals we in het artikel kunnen lezen, is de tolheffing bij de eerste twee tollen op 1 januari 1929 stopgezet. Zo niet bij de tol op de Vuurscheweg, die in 1936 nog in bedrijf was’.

‘Toen ik in april 1936 in dienst kwam bij de Verbindingsdienst van het Regiment Genietroepen in de Kromhoutkazerne in Utrecht, was radiotelegrafie een van de vakken waarin we werden opgeleid. Na voldoende 'droogzwemmen' in het leslokaal, oefenden we ook echt met mobiele radiostations. Zo gingen op een mooie zomerdag in juli een klasgenoot en ik met de sergeant-onderwijzer aan het stuur van een radioauto naar Lage Vuursche. Daar leerden we een zendantenne opzetten en we wisselden berichten uit met andere stations. Na afloop van de oefening moesten we op de terugweg naar Utrecht opnieuw de tol op de Vuurscheweg passeren. Meestal verliep dat nogal vlot, want militairen betaalden geen tolgeld. De oude vrouw uit het tolhuis deed de tolboom omhoog, de sergeant ging rijden en we hoorden een klap. De tolboom was gebroken en van de radioauto was de verf beschadigd. De sergeant zei dat de tolboom niet hoog genoeg openstond, de oude vrouw zei dat de sergeant te vlug was gaan rijden. Ik denk dat ze allebei gelijk hadden. De sergeant zegde toe dat hij van zich zou laten horen en we reden terug naar de kazerne. Met wie onze sergeant in de kazerne heeft overlegd weet ik niet, maar zeker niet met zijn kapitein compagniescommandant’. 

Herstel
‘De volgende dag kreeg ik opdracht om met klasgenoot Tielen de tolboom te herstellen, hoe dan ook. Uit het gereedschapsmagazijn haalden we zaag, hamer, boor, verf en kwasten en per fiets reden we naar de kapotte tol. Daar bleek dat het hout van de oude tolboom zo verrot was dat er niets te repareren viel. Dus zochten we in het omringende bos een mooi recht boompje uit dat de goede maten had en zaagden het om. Na veel zagen, schillen en schaven legden we het te drogen en zorgden ervoor dat we ruim voor het half-zes-appel in de kazerne waren. De volgende dag werd de boom pasgemaakt, van een tegenwicht voorzien, daarna in de grondverf gezet en weer te drogen gelegd. De oude vrouw begon er vertrouwen in te krijgen, want we kregen koffie en thee. De derde dag werd de nieuwe tolboom gemonteerd en rood/wit geschilderd. We kregen nu ook koek bij de koffie. Diezelfde dag konden we nog aan de sergeant melden dat het karwei geklaard was’.

Koops sluit af: ‘Ik ben de tol nog vaak gepasseerd. Ik weet niet wanneer hij is opgeheven, evenmin als de reden en de datum van zijn ontstaan. Misschien is er iemand, die dat nog eens wil uitzoeken’.

Meer berichten