Logo vierklank.nl
Pascal zoekt het land af met zijn metaaldetector.
Pascal zoekt het land af met zijn metaaldetector. (Foto: )

Stille getuigen

Bij het werken in de tuin kom je soms van alles tegen. Scherven van servies of aardewerk, een theelepeltje en soms een oude munt. Vaak betreft het eigendommen van de vroegere bewoners, afgedankt of verloren. Een vondst kan het opwindende gevoel geven in contact te komen met mensen die hier lang geleden leefden. 

Nog meer kom je te weten als je met een metaaldetector de grond gaat afspeuren. Een metaaldetector, wellicht bekend van ‘poortjes’ in luchthavens, geeft de mogelijkheid om metalen voorwerpen onder de grond op te sporen. De meeste metaaldetector hobbyisten zoeken op een akker naar oude gebruiksvoorwerpen zoals vingerhoedjes, knopen, messen en munten. Veel voorwerpen zijn daar terecht gekomen met de stort van stadsafval in vroeger tijden. Interessant wordt het als de bodemvondsten gekoppeld kunnen worden aan de plaatselijke geschiedenis. 

Eind april 2020 zoeken Pascal Dijkhuizen, zijn zoon Jimmy en Arend Jan Derksen met een metaaldetector op het land achter in Westbroek, voorheen Nedereindsevaart 11 (nu Heuvellaan, Tienhoven). Het is lekker weer en fijn om buiten te zoeken. Met de metaaldetector in de ene hand en een schepje in de andere struinen zij het hele grasland af. En dan geeft de detector geluid en komt er een getal in beeld op het schermpje. Een teken dat hier iets onder de grond ligt. Pascal zet de schep in de aarde en steekt een graspol uit. Hij gaat op zijn knieën zitten en met een kleine detector pluist hij de grond uit. Het blijkt een dikke spijker te zijn, uitgezet door het vocht in de grond. 

Dichtheid
Pascal vertelt dat hij al op verschillende plaatsen in het land heeft gezocht en soms leuke dingen heeft gevonden. ‘De getallen op het schermpje geven de dichtheid van het materiaal aan. De dichtheid van muntjes is 20-30, brons iets lager en goud lager dan 16. De grondsoort bepaalt hoe diep je kunt meten. Een hoog vochtgehalte geleidt de signalen beter, soms kun je wel tot 70 cm diep komen. Muntjes vinden we veel, vaak met een wapen erop of duiten van lang geleden, bij voorbeeld uit 1765. We vinden ook veel rommel in de grond, zoals scherven van frisdrank blikjes. Voorbijgangers gooien achteloos hun lege blikjes in de berm. Bij het maaien versplinteren die in kleine, scherpe stukjes, wat in het veevoer terecht komt. Duizenden koeien worden hier ziek van (scherp-in), velen sterven eraan. Aluminium is niet magnetisch, dus het is lastig te verwijderen. Wij ruimen alle stukjes blik op, nemen ze mee naar huis om het daar veilig weg te gooien’.

Klontje
Arend Jan staat verderop te zwaaien. Hij heeft iets bijzonders gevonden. Met een grijns toont hij een bruin klontje in zijn hand. Als hij ‘m schoon veegt blijkt het een zware, zilveren knoop te zijn met een kruis erop. Hoe lang lag die daar al .. was ‘ie van een kruisridder? Thuis worden de gevonden voorwerpen in een badje van azijn met zout gelegd om te ontroesten. Daar komen de afbeeldingen op de munten tevoorschijn en is de afkomst te herleiden. Van bijzondere vondsten worden de coördinaten van de vindplaats genoteerd via google en geregistreerd, ingevoerd op datum.

De vorige keer dat de mannen hier zochten vonden ze lepeltjes met een molen, beslag van een oude boerderij, een leeuwenpootje (vroeger als voet aan een deftige theepot bevestigd). Ook vonden zij een koperen gewicht en lakenloodjes met het wapen van Utrecht en van Leiden. Lakenloodjes zijn een soort keurmerken die in vroeger tijden aan stoffen werden bevestigd. Ze verwezen naar de verschillende stappen in het productieproces, zoals het ruwen, scheren en verven van het laken. De opgegraven lakenloodjes tonen meestal de initialen van de bewerker en het wapen van de stad waarin het laken werd gemaakt.

Verrassend
Vaak verbergt de Nederlandse bodem ook oude kogelhulzen. Pascal laat 6 kogels zien die hij vond in het land aan de Heuvellaan. Duitse munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Deze kogels komen uit een Mauser Karabiner 98k, een repeteergeweer van de Duitse Wehrmacht. Even verderop gaf de metaaldetector een duidelijk signaal, hier lag iets groots. Pascal vertelt: ‘We hebben in Zeeland een keer 2 bommen gevonden. Onze metaaldetector kan een bom die 4 à 5 meter diep ligt, opsporen. Zo’n grote bom, daar blijven we vanaf. We geven de coördinaten door met de telefoon aan de EOD (Explosieven Opruimingsdienst Defensie). Zij graven de bommen uit en vernietigen ze in de duinen. Hier vonden we ook zoiets, maar niet zo diep en minder groot. Het bleek een pantservuistgranaat te zijn, een Duits antitank wapen uit de Tweede Wereldoorlog. Het komt uit een klein kanon dat vanaf de schouder kan worden bediend. Na het vuren werd de granaatwerper weggegooid.’

Bevrijdingsdag
Deze getuigen van de Duitse bezetting hebben 75 jaar onder de grond gelegen. Waren ze afgeschoten of weggegooid? Ze herinneren aan de laatste trieste oorlogshandelingen op Bevrijdingsdag in Westbroek. Er zijn die dag verschrikkelijke dingen gebeurd. Boerderijen werden beschoten, mensen werden uit hun huizen gejaagd en in een weiland bijeen gedreven. Er sneuvelden 11 personen. Veel bewoners van Westbroek droegen dit trauma levenslang mee. Maar ook Duitse soldaten konden hier slecht van loskomen. Eén van hen was Georg Kilens. Hij schreef in 2001 over die dag. Van de opluchting dat de oorlog voorbij was. Maar dat zij, parachutisten en soldaten van de Radio Compagnie, desondanks de opdracht kregen om een opstand in Westbroek te beteugelen. Mannen van de communicatie, zonder gevechtservaring, werden bewapend met handgranaten, geweerpatronen en zelfs een pantservuist. Het ongecontroleerde vuurwapengebruik door beide partijen, de angst, de ontreddering.

Wat bleef was de vraag naar de zin van dit gebeuren…
Nog altijd herinneren gaten in huizen en kogels in de grond aan de oorlog. Nu, in corona-tijd meer mensen erop uit trekken, worden er meer bommen gemeld en onschadelijk gemaakt. Vaak met dank aan mannen met een metaaldetector zoals Pascal, Jimmy en Arend Jan. Zij blijven voorlopig nog zoeken naar een schat, een pot met munten van de Tempeliers…

(Karien Scholten)

Meer lezen over de bevrijding van Westbroek kan in het artikel ‘Ongewild samenwonen’ in het tijdschrift St. Maerten 58 van de Historische Vereniging Maartensdijk. (Verkrijgbaar bij Van der Neut b.v. Groenekan, bij Bilthovense Boekhandel, Julianalaan 1 te Bilthoven of via info@historischeverenigingmaartensdijk.nl)

Meer berichten