Logo vierklank.nl
Een bus vol veteranen bij het Nationaal Militair Museum.
Een bus vol veteranen bij het Nationaal Militair Museum.
Algemeen

Veteranendag in De Bilt

Vrijdag 23 juni vierde De Bilt de Nederlandse veteranendag. Alle dienende en oud-dienende oorlogsveteranen uit de zes kernen waren van harte welkom in het gemeentehuis. Na een toespraak van burgemeester Sjoerd Potters gingen de deelnemers in twee bussen richting het nationaal Militair Museum in Soesterberg.

door Walter Eijnhoven

Alle bij het Veteraneninstituut geregistreerde veteranen die woonachtig zijn in gemeente De Bilt kregen een uitnodiging deze middag bij te wonen. Zo'n 35 veteranen maakten dan ook dankbaar gebruik van dit gebaar van de gemeente.

Bus
Na de toespraak van de burgemeester, waarbij hij hoopt dat de veteranen hun verhalen over WOII blijven vertellen aan de jongeren, ging het met twee grote bussen (uit 1936 en 1952) richting Nationaal Militair Museum in Soesterberg. Natuurlijk kennen de veteranen elkaar en reeds in de bus kwamen verschillende verhalen los van vroeger. Diverse anekdotes volgden elkaar op. 'Ik heb zes jaar bij de marine gediend in Nieuw-Guinea, als ambulance chauffeur. Ik moet zeggen dat ik heel wat afschuwelijks heb gezien in die tijd, maar ik zou het zo weer overdoen', vertelt Rinus Luttik. 'Dat waren nog eens tijden. Vooral belangrijk was de kameraadschap onderling en de discipline die iedere militair werd bijgebracht. Helaas ontbreekt dat laatste weleens bij de jeugd van vandaag. Omdat wij iets verder van het echte oorlogsgeweld af zaten, hebben wij ook veel gelachen in die tijd. Op een nacht lagen wij in onze tenten te slapen, ging het alarm af. Natuurlijk schrokken wij wakker en renden wij, in de stikdonkere nacht, met onze wapens, de struiken in. Eén van ons nam, in plaats van zijn geweer, een pijl en boog mee. Geweldig, toch? Hoe kom je erop', vervolgt Luttik.

Oefengranaten
Ook veteraan en vliegtuiggek Rijk Gielen heeft zo zijn verhalen. Gielen: 'Ik zat bij de landmacht, rond 1962. Nadat wij over de Noord waren gevlogen, belandden wij in Indië. In de warme nacht sloegen wij onze barakken op en kreeg ik diverse taken te doen in het kamp. Van foto-ontwikkelaar en werkzaamheden in de keuken (zo moest ik vaak voor 70 man aardappelen schillen), belandde ik uiteindelijk in de wapenkamer. Hier bewaarden wij ook oefengranaten, maar de veiligheidspal stond niet altijd op safe, dus je kunt wel raden wat er dan gebeurde, dan was het 'BOEM'. Uit die tijd heeft Gielen ook zijn hobby 'vliegtuigen' overgehouden. 'Laatst ben ik nog naar Limburg geweest, op vakantie. Zag ik daar drie dubbeldekkers overkomen, echt helemaal te gek', vertelt hij.

Sumatra
Veteraan Willem de Ruiter was gestationeerd op Sumatra, als bewaker bij de landmacht. Ook hij heeft het erg naar zijn zin gehad op Sumatra, iets dat men toch niet verwacht in oorlogstijd. ´Wij willen niet denken aan alle verschrikkingen in die tijd, anders overleven wij niet. Dus denken wij alleen aan de kameraadschap onderling, dat is wat telt in het leven´, vertelt De Ruiter.´Je zult dus bijna alleen maar de goede kant van het verhaal horen´, legt hij verder uit.

Gloster meteor
Tijdens de rondleiding in Soesterberg werden de veteranen met alle égards ontvangen, een soort grote vriendenclub. Herman Celosse, vrijwilliger bij het Nationaal Militair Museum, begeleidde een gedeelte van de groep door het museum. Bij één van de vliegtuigen, een 'gloster meteor' werd lang stilgestaan. 'Van deze vliegtuigen zijn 120 stuks gemaakt, waarvan de helft is neergestort. Veel van die jongens moesten op de grond oefenen met deze kist, voordat zij het luchtruim kozen', vertelt Celosse. Hij vervolgt: 'Zogauw de trainer maar even dacht 'hij is klaar voor zijn eerste vlucht', mocht de piloot-in-spe alleen de lucht in om te oefenen. In die tijd hadden zij natuurlijk geen flightsimulator tot hun beschikking. De helft van deze vliegtuigen stortte dan ook neer'.

Weer terug in het gemeentehuis werd nog een maaltijd opgediend, een zogenaamde 'blauwe hap'. Volgens Celosse gingen veel Molukkers na de oorlog naar Nederland. Door de voor hen extreme kou liepen zij blauw aan, vandaar de naam.

Meer berichten