Martin van Veelen en Ella Prins vergelijken het onderwijs van vroeger met nu.
Martin van Veelen en Ella Prins vergelijken het onderwijs van vroeger met nu. foto Henk van de Bunt

Onderwijs van vroeger en nu

9 juli 2025 om 11:30 Overig

door Henk van de Bunt

advertentie

Ella Prins en Martin van Veelen, beide oud-directeuren, geven hun mening over het onderwijs van vroeger en nu. 

Voor vroeger gaan we naar De Oude School; één van de oudste gebouwen van De Bilt. Het gebouw dateert uit 1652 en werd tegelijk gebouwd met de Dorpskerk. Het was lange tijd de enige lagere school van het dorp. De Biltse kleuters werden sinds 1846 in eerste instantie eveneens in de Oude School opgevangen. Het gebouw werd echter door het toenemende leerlingenaantal te klein. Er werd een aparte kleuterschool, de Biltse Bewaarschool gebouwd. De eerste schoolmeester/koster was Jan Jansz. Leerhaef. Hij begon met een klas van ongeveer 35 leerlingen. De laatste leraar die in De Oude School heeft lesgegeven was G.D. Enderlé. Anno 1844 waren er ongeveer 150 leerlingen. Die pasten niet meer in het gebouw en er moest een groter onderkomen worden gezocht. De gebouwen van deze Oude School en de Biltse Bewaarschool bestaan nog steeds aan de Burgemeester de Withstraat.

Beginjaren

Hoe het onderwijs in de beginjaren in onze gemeente werd vormgegeven, weten we niet precies, maar via de Historische Kring en het Online Museum valt daar interessante informatie over op te halen. Nu gaat het voornamelijk over de vijftig jaren, waarin Ella en Martin actief waren in het onderwijs: 1974 t/m 2024. Beiden begonnen in de jaren zeventig als leerkracht en in de jaren tachtig gaven zij leiding aan een school, Ella in Rijswijk en Martin in Rotterdam. Halverwege de jaren negentig ontmoetten zij elkaar in deze gemeente: Ella als directeur van de Julianaschool in Bilthoven en Martin werd kort daarna directeur van de Groen van Prinstererschool in De Bilt.

Jaren zeventig

Ella: ‘Als kind wilde ik altijd al heel graag ‘juf’ worden. En dit is gelukt. Ik heb veel ervaring opgedaan op verschillende scholen in Rijswijk. Lesgeven in de groepen 1 t/m 8 maakte voor mij geen enkel verschil. Die achtstegroeper en die kleuter benader je op dezelfde manier. Ieder kind nam ik altijd heel serieus. Leeftijd is niet belangrijk. Ik maakte in mijn pedagogische aanpak gebruik van de ervaring, die ik bij de kleuters opdeed voor de organisatie en het lesgeven in de groepen 8 en andersom en alle groepen daar tussenin. En dat werkte. Ook later toen ik directeur werd op de Julianaschool. Op de juiste manier omgaan met volwassenen, dus je team, dit is precies hetzelfde als dat je op de juiste manier contact maakt met de kinderen’. 

Makkie

Martin: ‘Ik dacht dat het na mijn militaire dienst een makkie zou zijn, gewoon zo’n vierde klas (groep 6), hoe moeilijk kan dat nou zijn. Het hoofd adviseerde mij om de 36 kinderen te verdelen in zes groepen van zes, want dan heb je nog wat loopruimte. En Martin wees vooral in het begin duidelijk, streng mag best, ze hoeven je niet meteen aardig te vinden. Bovendien verwacht ik van je, dat je het werk van de kinderen iedere dag nauwgezet nakijkt; hij controleerde dat met een zekere regelmaat. Ik volgde zijn adviezen op en ik ben hem enorm dankbaar; dit heb ik hem vorig jaar tijdens mijn afscheid laten weten’. 

Was dit dan ouderwets? Martin: ‘Misschien wel, maar ik zou het denk ik nu nog zo doen. Bovendien spraken we in het schoolteam toen ook over de verschillen tussen de kinderen en dat we daar rekening mee moesten houden: meer, minder, makkelijker, moeilijker werk, extra aandacht e.d. daar zorgden we voor. We deden in die tijd ook regelmatig projecten met de hele school: supergaaf.’

Jaren tachtig 

In de jaren tachtig veranderde er veel. In 1985 gingen de lagere school en de kleuterschool samen in de basisschool. Martin: ‘Ik was toen Hoofd der school en werd directeur van de basisschool en als jong ventje vond ik dat wel interessant. Later heb ik toch wel mijn twijfels gehad of dit de beste keuze was of eigenlijk meer een bezuinigingstruc. Eén van de grote veranderingen hierdoor was dat het aantal mannen voor de klas afnam. Hopelijk trekt dit de komende jaren weer wat aan’. Ella: ‘Dat samengaan, die integratie was voor mij een vanzelfsprekendheid. Het bevestigde mijn geloof in de ‘totale” mens. Leeftijd speelt daarin geen enkele rol’. 

Opvallend

Martin: ‘In Rotterdam werkten de scholen van een andere kleur niet samen, want dat waren de concurrenten. Het was daar heel zuilair ingericht. Ik was hier net begonnen en na enkele weken was er een vergadering van schooldirecteuren. Bij die vergadering kwamen alle directeuren en het bleek dat zij ook nog eens fijn met elkaar samenwerkten; katholiek, protestant, openbaar, montessori, vrije school enz. Een mooie voedingsbodem voor het latere Delta De Bilt’. 

Ella: ‘Ditzelfde gevoel als dat Martin had, herken ik volledig. In Rijswijk heerste dezelfde cultuur als in vele andere gemeenten. Het hoorde bij die tijd. In De Bilt kwam ik terecht in een ‘warm’ bad met al die schooldirecteuren vanuit de gemeente. We vergaderden in het gebouw van de ‘oude’ Kees Boeke school. Deze vergaderingen werden ondersteund door medewerkers van de Onderwijsbegeleidingsdienst, gevestigd in Maartensdijk. Het voelde niet zomaar als ondersteuning, maar als een echt ‘geloof’ in goed onderwijs, waar alle leerlingen in De Bilt mee verder konden in hun leven’.

Weinig verandering

Kinderen en ouders zijn volgens Ella niet veranderd: ‘Wij hebben te maken met ouders van deze tijd. Zij houden net zoveel van hun eigen kinderen als toen. Waar ik wel van overtuigd ben is dat het essentieel is voor ieder kind dat ouders en de school volledig achter elkaar staan. Dit betekent niet dat je het altijd met elkaar eens moet zijn. Iedere ouder komt op voor zijn eigen kind. Ik ging altijd uit van de professionaliteit van ouders, leerkrachten en directie. Met de belangrijkste boodschap: het kind moet met plezier naar school gaan. En als dit niet het geval is dan zullen de ouders en de school, uiteindelijk in goede harmonie, er samen voor moeten zorgen dat dit wel gebeurt’. 

Martin: ‘Enkele weken geleden mocht ik een groep 8 begeleiden bij hun excursie naar Jits Bakker en eigenlijk vond ik dat deze kinderen zich hetzelfde gedroegen als toen ik nog voor de klas stond; kinderen zijn kinderen en gedragen zich zoals de opvoeders het aangeven, toch? Wellicht zit daarin het verschil met vroeger en zijn ouders en leerkrachten gemiddeld genomen wel anders geworden’.

Kansengelijkheid

Martin: ‘Het is algemeen bekend dat vroeger helaas te vaak door onderwijzend personeel rekening werd gehouden met de afkomst van de leerlingen; een kind van rijke, hoogopgeleide ouders kreeg veel vaker een hoger schooladvies voor het voortgezet onderwijs dan kinderen van eenvoudige komaf of afkomstig uit een niet-westers land. In mijn Rotterdamse tijd heb ik mijn best gedaan om dit te doorbreken en daar ben ik hier in De Bilt mee doorgegaan’. Is het gelukt? ‘Gedeeltelijk, met de verplichte invoering van de eindtoets zag je dat de adviezen bij kansarmere kinderen naar boven werden bijgesteld. Dit ging dus blijkbaar nog niet vanzelf’. 

Ella: ‘Na ruim 25 jaar hier in De Bilt als schoolleider werkzaam te zijn geweest, heb ik ervaren en ben ik ervan overtuigd dat ieder kind, dus ieder mens, het recht heeft op volledige aandacht en een optimaal aanbod met betrekking tot het aanbieden van kennis. En dit is mogelijk. Wanneer de scholen in De Bilt blijven denken in kansen en mogelijkheden en niet in bedreigingen dan gaan al onze kinderen met een tevreden gevoel en een stevige basis de toekomst in. Net als 30 jaar geleden, toen ik in De Bilt als directeur kwam werken, was de samenwerking tussen die schooldirecteuren goed en dat is nu nog zo. De directies komen een paar keer per jaar samen als CDB, College van Directeuren Basisonderwijs met een stevige wel doordachte agenda! Mijn tip is: koester dit en het maakt jullie Samen Sterker’.

Jeu de boule

Ruim tien jaar geleden zagen Douwe Bilder (directeur Regenboog) en Martin van Veelen (bestuurder Delta De Bilt) diverse ambtenaren achter het gemeentehuis fanatiek deelnemen aan de competitie Jeu de boule. Zij konden het toen niet nalaten om twee ambtenaren uit te dagen. Wim Ruiterkamp (onderwijs) en Wim Tigelaar (Sport) durfden dit wel aan. Sindsdien is het een jaarlijks duel aan het einde van het schooljaar. Drie van de vier zijn inmiddels met pensioen, maar dit viertal hoopt nog jaren deze wedstrijd te kunnen spelen. De ambtenaren wonnen in 2025, maar Douwe en Martin zijn vastberaden om volgende keer revanche te nemen. 

V.l.n.r. Martin van Veelen, Douwe Bilder, Wim Tigelaar en Wim Ruiterkamp.